“We maken het steeds ingewikkelder”

Agnita Mur ziet regelgeving in hoger onderwijs steeds complexer worden

Interview | door Tim Cardol
9 oktober 2019 | Liefst twaalf jaar lang was Agnita Mur bestuurder bij een van de kleinere multisectorale hogescholen in de Randstad. Afgelopen week zwaaide ze af bij de Hogeschool Leiden. “We werken in het hbo veel meer samen, op veel dossiers. Laten we dat alsjeblieft koesteren.” 
Agnita Mur ontvangt de Gouden gemeentespeld van de Leidse burgemeester Lenferink Foto: Buro JB

Toen Agnita Mur in 2007 aantrad in Leiden had de hogeschool nog maar 6500 studenten en heette de Vereniging Hogescholen nog HBO-Raad. “We waren een regionale instelling. Heel bewust met een twintigtal opleidingen, verbonden met onze regio en ook wel echt een kleine hogeschool.”

Forse groei van de hogeschool

Inmiddels telt Hogeschool Leiden 11500 studenten. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling. “Ik heb in twaalf jaar drie strategische plannen meegemaakt. In een van die plannen staat dat we maximaal willen doorgroeien naar een hogeschool van 8000 studenten.”

Dat liep anders en dus zag de hogeschool de studentenaantallen de voorbije jaren toch oplopen. “Dan is het heel belangrijk dat je ondanks dat toch de kwaliteit weet te waarborgen,” zegt Mur. “Dat hebben we gedaan. Een nog grotere toename van studenten tegengaan werd in die jaren vooral gedaan door studenten heel goed voor te lichten over wat ze kunnen verwachten. Ook door je onderwijsaanbod goed af te stemmen met andere hogescholen in de regio en gezamenlijk op te trekken als het gaat om het instrument numerus fixus kun je een hoop bereiken.”

Volgens Mur is dat dan ook een van de ontwikkelingen die het hoger beroepsonderwijs de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Onder impuls van het rapport Veerman is het in de sector steeds meer gegaan over samenwerken boven concurreren. “Op dit moment is de regio van belang. Daarin werken de hogescholen samen met de universiteiten in de regio, de provincie en met het mkb.”

"We maken het gaandeweg steeds ingewikkelder."

Toch was niet alles wat voortvloeide uit het nog altijd invloedrijke rapport Veerman positief voor de Leidse bestuurder. Aan de prestatieafspraken die in 2016 door toenmalig minister Jet Bussemaker werden uitgevoerd, wordt Mur liever niet herinnerd. “Ik weet niet of ik dat nog wil oprakelen.” Toch wil zij wel kwijt dat de geformuleerde ambities rond studierendement wel erg straf waren. “We zaten op 69,5%. Als we dat hadden kunnen vasthouden dan waren we al ongelooflijk ambitieus. Maar je snapt wel dat dat niet de bedoeling was.”

Met interesse kijkt Mur nu dan ook naar wat de kwaliteitsafspraken in het hoger onderwijs gaan betekenen. “Normaal is het zo dat de soep nooit zo heet wordt gegeten als dat ie wordt opgediend. Maar bij deze regelgeving wordt de soep vaak juist heter gegeten. We maken het gaandeweg steeds ingewikkelder.”

Veelzijdige opdracht lectoraten

Van concurreren naar samenwerken. Dat is voor hogescholen het devies geworden. Die samenwerking is er niet alleen tussen de hbo-instellingen. Een belangrijke drijvende kracht daarvoor is de ontwikkeling van het praktijkgericht onderzoek geweest. “De lectoren hebben ervoor gezorgd dat de samenwerking in de regio veel rijker is geworden,” constateert Mur.

Dat ging niet van de ene op de andere dag. “De lectoraten hebben zich echt ontwikkeld, daar hebben we ook de tijd voor genomen. We hebben nu tweede en zelfs derde generatie lectoren en die weten echt heel goed wat hun opdracht is. Het zijn al die facetten van de functie die aan bod komen. Lectoren zijn zich daar nu heel erg van bewust, waar je dat in het begin echt moest vertellen.”

"Je kunt op zoek gaan naar de verschillen tussen hogeschool en universiteit, maar je kunt ook zoeken naar de raakvlakken."

Die veelzijdige opdracht van lectoraten weerspiegelt in zekere zin de eigen rol die het praktijkgericht onderzoek. Toch wil Mur niet heel nadrukkelijk spreken van de verschillen tussen onderzoek dat op hogescholen en universiteiten plaatsvindt. “Het is echt een keten. Je kan dus heel erg op zoek gaan naar de verschillen, maar je kan ook op zoek gaan naar de raakvlakken tussen wat mensen aan het doen zijn.”

Sturen op kwaliteit moet geen papieren gesprek zijn

Op het BioSciencePark in Leiden zijn die raakvlakken er volop. Daar werken Universiteit Leiden, de hogeschool en MBO Rijnland volop samen aan zowel fundamenteel als praktijkgericht onderzoek. “Het hangt af van welke lector of kenniskring met iets aan de slag is. Soms is het ook zo dat er fundamenteel onderzoek gedaan wordt en dat onze studenten er in de uitvoering aan meewerken. En tegelijkertijd kan er onderzoek van ons zijn, waar studenten in het mbo dan weer een rol spelen.”

“Natuurlijk is het zo dat het volume van het onderzoek op universiteiten groter is,” ziet Mur. “Maar ik denk ook dat als het onderzoek in kwaliteit voldoet dat de discussie over wat voor soort onderzoek soms wel een beetje een papieren gesprek is.” Uiteindelijk gaat het om de resultaten die er geboekt wordt, vindt de bestuurder. En bij die resultaten hoort in het hbo ook nadrukkelijk het werkveld.

“De regionale samenwerking met het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen hier in Leiden is tot stand gekomen onder de paraplu van een economische agenda,” vertelt Mur. “De wethouder economische zaken is daar initiatiefnemer, dat zie je in veel regio’s. Daar is veel moois uitgekomen, zoals bijvoorbeeld PLNT, het Leidse centrum voor innovatie en ondernemerschap. Daar heeft de universiteit het initiatief toe genomen, met hulp van de gemeente. Zij gunden het ons ook om daarin te participeren. Dat hebben we gedaan met een kleinere investering. Dat vind ik een mooi voorbeeld van die samenwerking.”

Ook universiteiten kijken meer naar werkveld

Op het BioSciencePark in Leiden zijn die raakvlakken er volop. Daar werken Universiteit Leiden, de hogeschool en MBO Rijnland volop samen aan zowel fundamenteel als praktijkgericht onderzoek. “Het hangt af van welke lector of kenniskring met iets aan de slag is. Soms is het ook zo dat er fundamenteel onderzoek gedaan wordt en dat onze studenten er in de uitvoering aan meewerken. En tegelijkertijd kan er onderzoek van ons zijn, waar studenten in het mbo dan weer een rol spelen.”

“Natuurlijk is het zo dat het volume van het onderzoek op universiteiten groter is,” ziet Mur. “Maar ik denk ook dat als het onderzoek in kwaliteit voldoet dat de discussie over wat voor soort onderzoek soms wel een beetje een papieren gesprek is.” Uiteindelijk gaat het om de resultaten die er geboekt wordt, vindt de bestuurder. En bij die resultaten hoort in het hbo ook nadrukkelijk het werkveld.

“De regionale samenwerking met het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen hier in Leiden is tot stand gekomen onder de paraplu van een economische agenda,” vertelt Mur. “De wethouder economische zaken is daar initiatiefnemer, dat zie je in veel regio’s. Daar is veel moois uitgekomen, zoals bijvoorbeeld PLNT, het Leidse centrum voor innovatie en ondernemerschap. Daar heeft de universiteit het initiatief toe genomen, met hulp van de gemeente. Zij gunden het ons ook om daarin te participeren. Dat hebben we gedaan met een kleinere investering. Dat vind ik een mooi voorbeeld van die samenwerking.”

Mur constateert sowieso dat ook universiteiten meer zijn gaan doen om de verbinding met de regio weer te versterken. “Universiteiten zijn wat meer dan wij op zoek geweest om die band met het werkveld weer wat meer aan te halen en daar worden nu ook echt stappen gezet.”

Het is die samenwerking in de volle breedte van het hoger beroepsonderwijs die de vertrekkend bestuurder dan ook het meest is gaan waarderen. “Ook het feit dat de HBO Raad nu de Vereniging Hogescholen heet weerspiegelt dat. Er zijn zoveel aspecten waar op we veel meer dan voorheen zijn gaan samenwerken. Of dat nu het HRM dossier is of onze digitale infrastructuur zoals we dat bij SURF doen. Laten we dat alsjeblieft koesteren met elkaar.”

Tim Cardol : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK