“Voor open science is anders erkennen en waarderen onmisbaar”

Nieuws | de redactie
25 mei 2020 | De Europese beweging in de richting van het nieuwe erkennen en waarderen van wetenschappers krijgt momentum. De principes achter open science moeten daarbij leidend zijn, stellen Europese onderzoekers.
Foto: René de Gilde

Het had allemaal in Oslo plaats moeten vinden, maar de bijeenkomst over Academic career assesment in de transitie naar Open Science, georganiseerd door de European University Association (EUA) werd een webinar. Een goedbezochte webinar, gezien het forse aantal aanwezigen in het chatvenster.

Reset door coronacrisis

Rector van de Universiteit van Bergen en president van de vereniging van Noorse universiteiten Dag Rune Olsen opent de sessie met een kort welkomstwoord. Daarin benadrukt hij de verwevenheid van het thema erkennen en waarderen met de doelstellingen achter open science. “Open Science kan geen werkelijkheid worden als we erkennen en waarderen niet aanpassen.”

Volgens Olsen is dit het moment om slagen te maken in het herzien van de staande praktijk van de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. “We moeten dit transformatieve moment aangrijpen om tot veranderingen te komen. Laat goede ideeën grenzen oversteken, ook al zijn die momenteel even gesloten.”

Volgens hem zet de coronacrisis academici van over de hele wereld met beide benen op de grond. “Ineens is duidelijk hoe belangrijk academici het welzijn en de voortgang van hun studenten vinden, en hoe graag ze een bijdrage willen leveren aan de maatschappelijke vragen die voor liggen. Dat moeten we zien te vangen, en zien te erkennen en waarderen.”

Mismatch

Door veel van de sprekers in deze sessie over de gedeelde verantwoordelijkheid van universiteiten, financiers en overheden wordt verwezen naar de mismatch in het erkennen en waarderen. Zo ook door Kim Huijpen (VSNU) die namens Nederland vertelt over het position paper Room for Everyone’s Talent. “Er bestaat een grote mismatch tussen wat we zeggen belangrijk te vinden, en waar we daadwerkelijk belang aan hechten.”

Die mismatch zit hem niet alleen in de vele aspecten van het academisch bedrijf die niet worden gevangen in ‘harde metrics’, die zit ook in de rol die instellingen en financiers innemen in het ecosysteem. Dat stelt Johannes Løvhaug, die werkt bij de Noorse evenknie van NWO. “Onderzoeksfinanciers zijn te veel op de stoel gaan zitten van universiteiten. Zij zijn in de loop van de tijd gaan denken dat ze er zijn om cv’s te beoordelen, maar dat moeten ze niet doen. Ze moeten onderzoeksvoorstellen beoordelen.” Volgens hem is hierdoor een rolvermenging ontstaan die aan de kant van de instellingen de verantwoordelijkheid voor de carrières van het personeel heeft doen verwateren.

De Research Council Norway heeft daarom een aantal scherpe wijzigingen in de beoordelingssystematiek en -commissies doorgevoerd. “Wij vragen niet meer om complete bibliografieën maar om een beperkt aantal relevante artikelen. We vragen ook om een narratief cv, waarin iemand uitlegt wat haar/hem beweegt. De commissies worden op het hart gedrukt metrics als impact factors niet te gebruiken.”

Iemand vraagt via de chat of de journal impact factor niet een goede handzame algemene indicatie geeft. Løvhaug antwoordt resoluut. “De reden waarom we de journal impact factor eruit geschreven hebben is omdat we er simpelweg niet in geloven. Het zijn surrogaatmetingen en we kunnen er niet van uitgaan als maat van onderzoekskwaliteit. Natuurlijk is zo’n objectief-ogende IF aanlokkelijk, zeker als je – zoals wij binnenkort weer – 2500 aanvragen van onderzoekers moet beoordelen. Maar het is en blijft een slechte maat en spoort bovendien slecht gedrag aan.”

In transparantie ligt de sleutel

Henriikka Mustajoki is het hoofd open science ontwikkeling van de federatie van Finse learned societies. Ook in haar land wordt de mismatch in waardering gezien als schadelijk. “Het is hoog tijd dat we tot een meer verantwoorde wijze van erkennen en waarderen komen en daarvoor is het essentieel dat we gezamenlijke waardes overeenkomen. Wij hebben daarin de principes achter open science leidend gemaakt: transparantie, integriteit, fairness, competentie en diversiteit.”

Een recent gepubliceerde handreiking voor verantwoord erkennen en waarderen, waar ook de vakbonden voor wetenschap aan mee hebben geschreven, moet instellingen op het juiste spoor zetten. “Wij willen expliciet niet opleggen hoe het moet, maar wel wat de belangrijke criteria zijn. Ook zijn er voorbeelden van wat niet werkt, die moeten we ook met elkaar delen.”

Volgens Mustajoki houdt het verantwoord erkennen en waarderen niet in dat rankings, impact factors en andere metrics er helemaal niet meer toe doen. “De onderzoeksgemeenschap is bijzonder goed in het leveren van wat van hen gevraagd wordt, zo lang je daar maar fatsoenlijk leiderschap tegenover zet. Die moet heel transparant zijn over welke criteria er worden gebruikt, met welk doel en met welke legitimatie.” Dat moet schadelijke uitwerkingen grotendeels voorkomen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK