Vijf lessen van de coronacrisis die het universitair onderwijs beter maken

Waarom we fundamentele onderwijsaanpassingen nodig hebben om studenten beter voor te bereiden op een onzekere wereld

Opinie | door Vincent Crone & Gonul Dilaver & Theo van Haeften & Mariette van den Hoven & Jeroen Janssen & Manon Kluijtmans & Christel Lutz & Karin Rebel & Annet van Royen-Kerkhof & Veronique Schutjens & Bald de Vries & Irma Meijerman
2 november 2020 | Corona veroorzaakt een crisis in het universitair onderwijs, maar daardoor weten we nu wel wat er beter moet. Dat concluderen de Senior Fellows en de wetenschappelijk directeur van het Centre for Academic Teaching van de Universiteit Utrecht. Ze vinden dat het onderwijs ook na de pandemie fundamenteel anders moet.
De Senior Fellows van het Centre for Academic Teaching. Foto: Lize Kraan

Het einde van de pandemie is nog niet in zicht en het hoger onderwijs zal nog voor langere tijd volledig online of hybride plaatsvinden. Door de beperkte mogelijkheden voor face-to-face contacttijd zijn scherpe keuzes noodzakelijk. We moeten nadenken over hoe studenten actief kunnen blijven studeren, of en hoe we moeten toetsen en op welke manier we studenten- en docentenwelzijn in onzekere tijden positief blijven stimuleren. Weinig is nog vanzelfsprekend en daarom worden wij gedwongen om het onderwijs onder de loep te nemen. Corona veroorzaakt een crisis, ook in het universitair onderwijs, maar door deze crisis hebben we gezien wat er beter kan en moet. Daarom moeten wij juist nu aan de slag om het onderwijs fundamenteel te herontwerpen om het straks, na de pandemie, nog beter te doen voor de studenten. Wij delen vijf lessen:  

Weet waarom fysiek bij elkaar komen belangrijk is  

Onderwijs aan de universiteit is al tijden gedeeltelijk online, al was het alleen maar als digitale studiehandleiding. Wat in de afgelopen eeuwen altijd hetzelfde is gebleven, is dat studenten en docenten fysiek samenkwamen in een lokaal op de universiteit. Afgelopen maart was dat in één keer voorbij. Online onderwijs werd de norm en de fysieke contactmomenten met onze studenten zeer spaarzaam. Het heeft docenten gedwongen om na te denken over vragen als: wat is eigenlijk het doel van bij elkaar komen? En wat zijn de beperkingen van online onderwijs? Het wegvallen van de vanzelfsprekendheid studenten in het echt te zien en spreken, heeft ons nog sterker de waarde laten inzien van fysieke contacttijd.

Tegelijkertijd ervaren we ook wat de mogelijkheden en het nut van online onderwijs kunnen zijn. Sterker nog, we zijn door de coronacrisis veel beter gaan begrijpen wanneer online onderwijs kan en wanneer fysiek onderwijs noodzakelijk is. Niet eerder hebben we zo bewust keuzes moeten maken over de manier waarop wij onderwijs willen en kunnen verzorgen, en welke vorm daarvoor het meest passend is. Dat is winst, want er worden nu noodgedwongen zeer doordachte keuzes gemaakt over didactiek. Het zou goed zijn dit niet los te laten als fysiek onderwijs weer meer mogelijk wordt. 

Wees bewust van de ongelijkheid tussen studenten  

Jarenlange discussies over meer studiewerkplekken op de campus zijn verstomd, omdat bijna alle studenten vanuit huis moeten werken. Duidelijk wordt dat niet alle studenten de beschikking hebben over een geschikte werkplek, dat internetverbindingen soms te wensen overlaten en dat computers lang niet altijd videobellen goed aankunnen. De randvoorwaarden voor studeren zijn flink in de war geschopt door de pandemie. Het welzijn van studenten kan ernstig in het geding komen als je geen medestudenten meer kunt ontmoeten, je dagritme verdwijnt en je bijbaan ophoudt.

Ook al raakt het coronavirus niet iedereen even hard en zijn er studenten die zich aan deze nieuwe situatie redelijk goed kunnen aanpassen, heeft de pandemie de grote ongelijkheid in de persoonlijke omstandigheden van studenten zichtbaar gemaakt en vergroot. Het zou goed zijn om ook na de crisis hier blijvend aandacht aan te besteden in bijvoorbeeld het tutoraat. Ga er niet zomaar van uit dat die voorwaarden goed genoeg zijn, maar besteed aandacht aan de vraag: wat heb jij nodig om tot studeren te komen?  

Doe het samen, want aan individueel succes hebben we niets 

Dat studeren niet simpelweg een opleiding is die tot een diploma leidt, wordt door onderwijs op afstand zeer duidelijk. Studeren is zoveel meer: ergens bij horen, deel zijn van een academische gemeenschap, nieuwe vrienden maken, socialiseren met anderen. Hogere cognitieve vaardigheden worden erdoor gestimuleerd. Een gemeenschap is van belang om elkaar te ondersteunen, inspireren en intellectueel te voeden: kortom om je thuis te voelen. Een van de auteurs is daarom Academic Families gaan bouwen binnen opleidingen, met een mix van studenten, docenten en onderzoekers.

Veel docenten werken intensiever samen in het onderwijs om elkaar te ondersteunen (vele handen…) en studenten worden creatief in het zoeken van manieren om elkaar te kunnen ontmoeten. Wie dacht dat ‘streven naar leergemeenschappen’ slechts een nieuwe trend is in het hoger onderwijs, zal door de pandemie inzien dat ze wezenlijk zijn voor studenten, docenten en onderzoekers. Wellicht biedt dit ook een beetje tegenwicht tegen de individualiseringstrend, waarin status, ranking en honours vooral de individuele prestatie benadrukt. Presteren en leren doe je samen: het benadrukt dat de universiteit een academische gemeenschap is.     

Toets om te laten leren, laat niet leren om getoetst te worden  

Toetsing op afstand (online) is ineens de norm. Bestaande toetsen zijn vaak niet bruikbaar, want te fraudegevoelig. Een minderheid van de docenten kiest voor draconische surveillance met behulp van online proctoring. Een veel groter deel stelde zich twee vragen: Waarom toets ik eigenlijk? En voor wie? Juist fraudegevoelige toetsen, waar de antwoorden schijnbaar makkelijk op te zoeken zijn, blijken onuitvoerbaar zonder de privacy van studenten aan te tasten. Dat is goed nieuws. Door de pandemie worden wij uitgedaagd om studenten meer te toetsen op hun inzicht, duiding en begrip van de stof. Deze nieuwe opzet vraagt weliswaar initieel veel van de docent, maar het geeft de student wel een veel beter inzicht in de eigen ontwikkeling. Studeren gaat niet enkel over onthouden, maar over begrip, analyse, evaluatie en synthese. Studenten zouden niet moeten studeren omdat ze getoetst worden, maar getoetst worden opdat zij nog beter leren studeren.  

Bereid studenten voor op een onzekere wereld 

De coronacrisis is als een live wetenschappelijk proces dat laat zien dat we moeten leren omgaan met een combinatie van diepgaande wetenschappelijke kennis enerzijds en cognitieve vooringenomenheid, diversiteit en tolerantie voor ambiguïteit anderzijds. De onzekerheid over gezondheid, (sociale) structuren en economie, maar ook over (ontbrekende) kennis hoe de pandemie het best te lijf te gaan, is groot. In ons onderwijs is het daarom van belang dat we studenten leren dat er een interactie is tussen wetenschap en maatschappij. Dat wetenschap impact heeft op de samenleving, maar ook dat de culturele en maatschappelijke context invloed heeft op wetenschappelijk onderzoek. Verschillende perspectieven en belangen spelen ook een rol in de academische wereld. Deze voortdurende wisselwerking brengt onzekerheid met zich mee, waar we onze studenten mee moeten leren omgaan.

Het is daarom nu echt tijd om ons onderwijs te versterken door het in te richten op een manier waarbij verschillende academische achtergronden en disciplines samen creatieve oplossingen kunnen bedenken voor complexe maatschappelijke vraagstukken. De huidige pandemie laat zien dat we onze studenten moeten opleiden om te functioneren in een veranderende en onzekere wereld. We moeten daarbij niet vasthouden aan vastgeroeste vormen van kennisoverdracht waarin zekerheden over de wereld worden gedelibereerd. We moeten de onzekerheden omarmen en studenten de kans geven zich breed te ontwikkelen zodat ze krachtig staan in een onzekere wereld.   

Sterker na de crisis 

De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt hoeveel energie, tijd en investering het vraagt als het onderwijs radicaal op de schop moet en je hoge kwaliteit wilt blijven bieden. Zaten we voor de zomer in een sprint, dan zitten we nu in een duurloop, zonder dat duidelijk is waar en wanneer de finish is. Het lijkt misschien overmoedig om nu al lessen te willen trekken uit de pandemie, terwijl deze nog in volle gang is en de nieuwe golf ons overspoelt, maar het is goed om bij de les te blijven en ons af te vragen wat we hier in positieve zin van kunnen leren. De vijf lessen die wij zien, helpen ons om straks sterker uit deze crisis te komen. De pandemie legt bloot waaraan onderwijs in de toekomst meer aandacht moet besteden en biedt een richting waarin we zinvol over goed onderwijs kunnen nadenken. Ze daagt ons uit het hoger onderwijs nog beter te maken. 

De auteurs van dit artikel zijn als Senior Fellow verbonden aan het Centre for Academic Teaching van de Universiteit Utrecht. Manon Kluijtmans is de wetenschappelijk directeur van het centrum. 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK