Moeten associate degrees naar het mbo?

Nieuws | door Michiel Bakker
20 januari 2021 | Tijdens een algemeen overleg pleitte CDA-Kamerlid Anne Kuik ervoor om associate degrees ook vanuit het mbo aan te bieden. Op het hbo zouden de associate degrees namelijk te theoretisch worden. ScienceGuide vroeg Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam en Mirjam Koster-Wentink van het Graafschap College om hun visie op het voorstel van Anne Kuik.
Beeld: myperfectresume.com

Associate degrees moeten ook vanuit het mbo georganiseerd worden, zei Kamerlid Anne Kuik (CDA) vorige week tijdens een algemeen overleg over het mbo en praktijkonderwijs. Het CDA mist nu verdiepingstrajecten op het gebied van vakmanschap; de associate degreestweejarige hbo-opleidingen op niveau 5, zouden door het hbo te theoretisch zijn. “Ik vind het belangrijk dat die verdieping op het mbo kan“, zei Kuik. “We zouden meer moeten kijken naar vakgerichte associate degrees, opgezet door mbo-instellingen.” 

Ook Harm Beertema, woordvoerder Onderwijs van de PVV, toonde zich positief over een betrokkenheid van het mbo bij het verhogen van de vakgerichtheid van associate degrees. “Voor de verdiepende doorstroom zouden er meer vakgerichte associate degrees moeten worden aangeboden door mbo-en hbo-instellingen in samenwerking met het bedrijfsleven“, zei Beertema.  

In haar reactie op de vraag van Kuik was minister Van Engelshoven duidelijk: “Een associate degree is een hbo-opleiding.” Wel gaf de minister aan bereid te zijn om met het hbo en het mbo in gesprek te gaan over de associate degrees, aangezien het haar helder was dat er niet alleen behoefte is aan theoretische routes, maar ook aan verdiepende routes tussen het mbo en het hbo. Op verzoek van Eppo Bruins, Kamerlid van de ChristenUnie, gaf de minister aan bereid te zijn om ook bedrijven en brancheorganisaties bij dat gesprek te betrekken. 

Associate degrees zijn helemaal niet te theoretisch 

Volgens Ron Bormans, voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam, is het een inhoudelijk verkeerde veronderstelling dat de associate degrees bij hbo-instellingen een theoretische inslag hebben. “Onze associate degrees zijn hard core beroepsgerichte opleidingen. Daarbij doen we wel meer een appèl op de reflectieve vaardigheden van studenten, maar altijd in de context van de beroepsopleiding. Het is dus een verkeerde veronderstelling dat een associate degree, wanneer het bij een hbo-instelling komt, een theoretische exercitie wordt”, legt Bormans uit.  

In de Rotterdam Academy werkt de Hogeschool Rotterdam samen met het Zadkine en het Albeda college, twee Rotterdamse mbo-instellingen. Volgens Bormans, die samen met de bestuurders van de mbo-instellingen een stuurgroep vormt, zijn de mbo-instellingen niet eens bezig met het binnenhalen van associate degrees. “In het Rotterdamse speelt die discussie nul komma nul, omdat we met elkaar aan tafel zitten en het samen doen. Wij hebben altijd gezegd: het is beroepsonderwijs, en om de kwaliteit te borgen, beslissen mbo-instellingen mee over de aard, inhoud en kwaliteit.” 

Dat het mbo-instellingen die wél associate degrees willen binnenhalen misschien ook om het geld te doen is, sluit Bormans niet uit: “Het is niet zo dat bedrijfseconomische afwegingen er niet toe doen.” Bij zijn partners binnen de Rotterdam Academy merkt Bormans echter dat dit geen doorslaggevend criterium is. “Dat heb ik in mijn gesprekken nog nooit meegemaakt. Ik waardeer het juist zeer dat de mbo-instellingen bereid zijn om samen met ons die Rotterdam Academy te draaien zónder daarbij een bedrijfseconomische claim te maken.” 

Verbeteren kan ook binnen huidige regelingen 

Dat er nog wel geschaafd moet worden aan de associate degree-opleidingen, geeft Bormans grif toe. Er ligt bijvoorbeeld het vraagstuk van de tegenvallende rendementscijfers; nu voltooit slechts 58% van de studenten binnen vijf jaar een associate degreeopleiding, terwijl die eigenlijk maar twee jaar duurt. “Dat moet aanleiding zijn om het pedagogisch-didactisch ontwerp en het onderwijskundig klimaat nog eens goed tegen het licht te houden”, beseft Bormans. “Maar dat los je niet op met een systeemwijziging. Dat vind ik een Haagse oplossing van een reëel probleem; dit moeten we juist ter plaatse oplossen.” 

Een andere kwestie die verdere doordenking vereist is de regionale spreiding van het associate degree onderwijs, zegt Bormans. Die is nu, wat hem betreft, wat beperkt. Hij is zich ervan bewust dat studenten die in aanmerking komen voor een associate degree vaker een regionale binding hebben, en dat regio’s erbij gebaat zijn om die studenten ook in hun regio te houden. “Maar dan zou ik zeggen: dat is nog geen doorslaggevend argument om een associate degree aan een ROC te koppelen. We moeten inderdaad gezamenlijk vragen naar de gewenste vorm van de regionale verspreiding van het Ad-onderwijs. Maar die vraag kun je ook beantwoorden binnen het bestaande systeem.” 

Samenwerken is belangrijker dan naampjes veranderen 

Mirjam Koster-Wentink, voorzitter van het College van Bestuur van het Graafschap College, begrijpt de vragen van Anne Kuik wel. “Als er meer vakman- of vakvrouwschap nodig is in een bepaald gebied, dan heb je daar als onderwijsinstellingen wat aan te doen. Als een regio vraagt om onderwijs op een bepaald soort niveau of voor een bepaald vakgebied, dan vind ik dat je als onderwijsinstellingen samen met werkgevers moet doen wat in je vermogen ligt om dat onderwijs aan te bieden. Dus eerst kijken naar de regio en de arbeidsmarkt, en dan naar je aanbod. 

Of er ook meer associate degrees vanuit mbo-instellingen nodig zijn, betwijfelt Koster-Wentink echter. “Het is goed beter aan te sluiten bij vragen vanuit de regio, maar ik zou zeggen dat we dat vooral door betere samenwerking moeten doen. En als het daarbij soms helpt dat wij eerste penvoerder zijn terwijl dat in andere regio’s juist andersom is, dan zou ik doen wat in die regio het beste werkt.” 

Voor Koster-Wentink, die ook jarenlang werkzaam was bij Hogeschool Saxion, zijn vragen over de plaats van waaruit associate degrees moeten worden aangeboden van ondergeschikt belang. “Als het uitmaakt voor een deelnemende student of een participerend bedrijf, dan moet je daarop schakelen en doen wat in hun belang is. Maar in mijn ervaring maakt dat niet veel uit, omdat men vaak al niet goed weet wat een associate degree is. Ik zou dus eerder zeggen dat we een gezamenlijke plicht hebben om uit te leggen wat het aantrekkelijke en relevante is van dit opleidingsniveau.”  

Regionale samenwerking tussen hbo en mbo 

Een voorbeeld van de samenwerking waarvoor Koster-Wentink pleit is het Grensland College. Dat project is, met het Graafschap College als penvoerder, al zo’n anderhalf jaar onderweg, en vormt een samenwerking van het Graafschap College met Hogeschool Saxion en de HAN University of Applied Sciences. In die hoedanigheid zijn de betrokken onderwijsinstellingen, samen met werkgevers uit zowel de Achterhoek als uit het Duitse Kreis Borken, bezig om associate degrees aan te bieden vanuit grensplaats Winterswijk. “Daarbij gaat het helemaal niet om de vraag of die associate degrees nou bij het mbo of het hbo horen,” zegt Koster, “maar om de vraag wat er nodig is in deze arbeidsmarktregio. Als je samenwerkt, haal je bij beide partijen de waarde naar boven die ze kunnen toevoegen.” 

Evenals Ron Bormans onderkent Koster-Wentink dus het belang van een aanbod van associate degrees in de eigen regio van studenten. Ik denk dat Ron gelijk heeft,” beaamt ze. “Als je kijkt naar de lappendeken van Nederland, en je wilt het associate degreeonderwijs meer toegankelijk maken, dan is het belangrijk om slimme verbindingen te maken waarmee je alle regio’s kunt bedienen. En dan zitten de ROC’s natuurlijk dichterbij.” 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK