Zorgen over werkdruk, studielast en kwaliteit bij versoepeling toelatingseisen pabo

Nieuws | de redactie
9 maart 2022 | Veel fracties in de Tweede Kamer hebben nog zorgen omtrent het voorgenomen experiment met versoepelde toelatingseisen voor de pabo. Zo wordt een toenemende werkdruk voor lerarenopleiders en een grotere studielast voor studenten voorspeld. Daarnaast stellen partijen kritische vragen bij de aannames van de minister wat betreft de kwaliteit van het onderwijs en bij het feit dat alleen hogescholen zijn betrokken bij de vormgeving van het experiment.
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in debat.

De versoepeling van de toelatingseisen voor de pabo is al enige tijd een heet hangijzer. Waar de toetsen voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek nu nog voor de poort plaatsvinden, heeft OCW besloten een experiment op te tuigen waarin studenten het gehele eerste studiejaar de tijd krijgen om aan deze toelatingseis te voldoen. In de Tweede Kamer leven echter zorgen over een toename van de werkdruk voor docenten en de studielast voor studenten. Daarnaast vinden veel partijen dat minister Dijkgraaf te makkelijk aanneemt dat het versoepelen van de toelatingseisen niet zal leiden tot een afname van de kwaliteit van het onderwijs. 

Dit zorgt voor hogere belasting van lerarenopleiders 

Zo vraagt de VVD in een schriftelijk overleg hoe de minister erop gaat toezien dat aanvullende programma’s die nodig zijn om de kennis van studenten bij te spijkeren niet zullen zorgen voor een verhoogde werkdruk bij docenten. GroenLinks en de SP delen deze zorg. Omdat studenten tijdens het eerste studiejaar zullen worden voorbereid op de toelatingstoets, kost dat pabo-docenten extra tijd.  

“Is de minister zich ervan bewust dat er juist een hogere belasting op lerarenopleiders ontstaat, omdat zij naast hun reguliere werkzaamheden ook nog extra toetsen moeten afnemen en studenten moeten bijspijkeren?”, vraagt de SP. De GroenLinks-fractie wil daarom weten of instellingen die deelnemen aan dit experiment extra geld of middelen krijgen om onderwijsgevend of ondersteunend personeel in dienst te nemen.  

De SGP-fractie wijst erop dat het invoeren van toelatingstoetsen júist bedoeld was om de overladenheid van het pabo-curriculum tegen te gaan. Het is niet reëel om te verwachten dat het voorbereiden van eerstejaars studenten op de toelatingstoets de huidige onderwijsactiviteiten niet onder druk zal zetten, schrijven zij. “Deze leden zouden graag een uitdrukkelijk afweging vernemen waarom het toch te rechtvaardigen is het risico van verdere overladenheid weer in huis te halen door dit experiment.” 

Zorgen over druk op studenten 

Niet alleen lerarenopleiders, ook leraren-in-opleiding zullen in dit experiment te maken krijgen met meer werkdruk, vreest GroenLinks. Eerstejaars studenten die nog moeten leren voor hun toelatingstoetsen, zullen wellicht minder aandacht kunnen besteden aan andere vakken van de opleiding. “Is de studielast voor juist deze studenten die al een achterstand hebben niet te veel? Zal dit experiment uiteindelijk niet voor meer uitval zorgen?”, zo vraagt de fractie.  



Ook de SP en de PvdA zien dit scenario als mogelijkheid. Daarbij schetsen ze dat deze uitkomst van het experiment ertoe zou kunnen leiden dat men dan maar geheel afziet van de toelatingstoetsen – en dat is niet hun bedoeling. Daarom vraagt de SP de minister om de toezegging dat toelatingstoetsen de norm blijven voor toelating tot de opleiding, ook als dit experiment blijkt te leiden tot meer uitval, een hogere werkdruk of een daling van de onderwijskwaliteit. 

Waarop baseert de minister zijn uitspraak over kwaliteit? 

Naast zorgen over de werkdruk en de studielast bestaan er bij meerdere partijen vragen over de invloed van dit experiment op de onderwijskwaliteit. Een voller curriculum betekent immers dat overal net iets minder tijd voor is. Daarnaast zou de kwaliteit van de instromende studenten kunnen dalen omdat de pabo door dit experiment toegankelijker wordt voor aspirant-studenten die anders zouden zakken voor de toelatingstoetsen voor de poort.  

Minister Dijkgraaf heeft gezegd dat dit experiment niet negatief zal uitpakken voor de onderwijskwaliteit. Maar waar baseert hij dat op, zo vraagt onder andere de ChristenUnie. Uit de internetconsultatie bleek namelijk dat meerdere koepels en belangenverenigingen zorgen hebben op dit punt. “Tevens constateren de leden dat ook de vakverenigingen voor geschiedenis, natuur & techniek en aardrijkskunde zich zorgen maken over de onderwijskwaliteit.” Daarom wil de ChristenUnie een uitgebreidere toelichting waarin de minister uiteenzet waarom de kwaliteit van het onderwijs in dit experiment niet in het geding is.  

Ook vakverenigingen maken zich zorgen over kwaliteit 

Het feit dat de minister zich geen zorgen maakt over de invloed van dit experiment op de kwaliteit van het onderwijs terwijl veel lerarenorganisaties en vakverenigingen ernstige bedenken, roept bij zowel de SP als de SGP de vraag op in hoeverre deze organisaties en verengingen betrokken zijn bij het optuigen van dit experiment.  

“Terwijl de hogescholen enthousiast zijn over de hoop op betere toegankelijkheid en instroom, spreekt de PO-Raad herhaaldelijk zorgen uit over de kwaliteit die onder druk kan komen te staan.” De vakverenigingen voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs zijn zelfs uiterst kritisch geweest. “In hoeverre is bij de voorbereiding van de plannen sprake geweest van gelijkwaardig overleg? Hoe reageert de minister op de kritiek dat vakdeskundigen en vakverenigingen niet zijn betrokken bij de voorbereiding?”, wil de SGP-fractie weten. 

“Deze leden vinden het opmerkelijk dat volgens de toelichting in de ontwerpfase alleen intensief is overlegd met de hogescholen, terwijl andere relevante betrokken pas bij de internetconsultatie aan bod kwamen.” 

Toelatingseisen verlagen om zoveel mogelijk studenten te trekken 

Tevens wijst de SGP op het feit dat instellingen veel ruimte krijgen om invulling te geven aan het experiment, wat hen ertoe kan brengen met elkaar te concurreren. Zo schreven de voorzitters van de vakverenigingen voor aardrijskunde, geschiedenis en natuuronderwijs dat pabo’s baat hebben bij een zo groot mogelijke instroom en doorstroom van studenten.  

“Ter bekostiging van het onderwijs krijgt een pabo voor elke afgestudeerde student een bedrag van het ministerie. Daarom stimuleren directies iedere maatregel die instroom en doorstroom van studenten bevordert. Nu de toetsing van de basiskennis van de zaakvakken weer binnen de pabo gaat plaatsvinden, zullen vakdocenten door directies onder druk worden gezet om zoveel mogelijk studenten aan een voldoende te helpen”, schreven zij in het Reformatorisch Dagblad. 

De SGP legt die zorg voor aan de minister door te vragen hoe men zal voorkomen dat studenten de opleiding met de laagste toelatingseisen uitzoeken en hoe men instellingen zal beschermen tegen de verleiding om hun toelatingseisen zo laag mogelijk te maken. Daarom stelt de SGP-fractie tevens de vraag in hoeverre de parameters in de bekostiging oneigenlijke prikkel kunnen opleveren in combinatie met dit experiment. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK