‘Universiteiten zijn niet chique door achteraf te klagen over afgesloten cao’

Opinie | door gastauteurs
25 september 2023 | De vier betrokken vakbonden bij de cao Nederlandse Universiteiten (FNV, AOb, CNV en FBZ) krijgen signalen dat een aantal universiteiten spreken over ‘zorgelijke financiële situaties’ die mede door de loonstijging in de cao worden veroorzaakt. De gezamenlijke vakbonden vinden dat onterecht. Op 26 juli jongstleden hebben alle universiteiten immers zelf met het cao onderhandelaarsakkoord ingestemd, schrijven ze. Dat sommige werkgevers nu achteraf klagen, vinden de bonden niet bepaald chique.
Marcel Nollen, bestuurder bij de VU, wordt voorafgaand aan de onderhandelingen toegesproken door demonstrerende docenten.

Mogelijk begrotingstekort door loonstijging 

Zo laat collegevoorzitter Jouke de Vries (Rijksuniversiteit Groningen) weten dat de “financiële toekomst van de RUG hoogst onzeker is” en dat de nieuwe cao met 9 procent loonsverhoging hierbij een grote 

rol speelt. In zijn blog op intranet relateert portefeuillehouder Middelen Wouter Heinen (tevens RUG) de nieuwe cao zelfs aan oplopende werkdruk: “Is die extra loonstijging wel in het belang van de achterban van de bonden, want dit kan wel eens leiden tot besparingen op de formatie-omvang en daarmee juist de werkdruk verhogen”, schrijf hij. 

Ook het faculteitsbestuur Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden laat weten een begrotingstekort te vrezen wegens onder meer de cao-stijging. Bij de Radboud Universiteit en de Universiteit van Amsterdam zijn vergelijkbare verontrustende geluiden te horen, laten leden ons weten. 

Reactie vakbonden: koopkrachtbehoud staat voorop! 

Wat ons betreft is het niet juist om de loonsverhoging in de cao te gebruiken als argument voor mogelijke bezuinigingen. Bij elke cao-inzet is het voor de vakbond belangrijk dat medewerkers er in koopkracht niet op achteruit gaan. Alles wordt duurder, arbeid (medewerkers) dus ook. Met een loonsverhoging van 9 procent voor een cao met een looptijd van 15 maanden lukt het ons nét om koopkrachtbehoud te realiseren.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Daarbij horen wij, met name van leden die onderin het loongebouw zitten, dat ze het financieel behoorlijk zwaar hebben. Tijdens de onderhandelingen hebben de meeste bonden daarom meerdere malen gepleit voor nivellerende loonafspraken in plaats van zelfde procentuele verhogingen voor iedereen. Werkgeversorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL) wilde hierin echter niet meegaan. Alleen in de eenmalige uitkering is een klein beetje rekening gehouden met nivellering, niet in de structurele loonafspraken. 

Werkgevers krijgen compensatie 

Daarbij is het belangrijk om te weten dat universiteiten jaarlijks een bijdrage vanuit het Rijk krijgen waarmee arbeidsvoorwaarden, zoals het loon, kunnen worden verbeterd. Dit is de zogenoemde referentieruimte. Een fors deel van de genoemde 9 procent zit in deze bijdrage. De cao heeft een looptijd van 15 maanden (t/m juni 2024) en heeft dus betrekking op de kalenderjaren 2023 en 2024. Bij de berekening van de 9 procent loonsverhoging is rekening gehouden met de bijdragen die de overheid per kalenderjaar aan de universiteiten als loonruimte ter beschikking stelt – dus ook voor de helft van 2024.  

Verder wordt 1,5 procentpunt van de 9 procent gefinancierd via de vrijval van de zogeheten VPL-premie. Dit kost werkgevers geen cent. Het beeld dat de cao-stijging dus zou zorgen voor enorme toename in de kosten is dus te simpel. Er is immers compensatie  

Eerst akkoord, dan klagen 

Tot slot, los van het bovenstaande: in de onderhandelingen met UNL hebben wij als bonden niet gehoord dat de cao-loonsverhoging zou zorgen voor financiële problemen. De onderhandelaars van UNL hadden voorafgaande aan het akkoord een mandaat van de universiteiten gekregen om een akkoord te sluiten. Daarbij wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met de universiteit die er financieel gezien het minst florissant voorstaat.  

Het gesloten onderhandelaarsakkoord is vervolgens ook aan de universiteiten van UNL voorgelegd. Op 26 juli jl. bleek dat de universiteiten unaniem met het onderhandelaarsakkoord hadden ingestemd. Dat sommige werkgevers achteraf nu gaan klagen is niet bepaald chique en simpelweg te laat.  

Natuurlijk zien wij ook dat universiteiten door zaken zoals stijgende energiekosten en dalende studentenaantallen te maken kunnen krijgen met financiële uitdagingen. Het is echter onterecht om nu de cao als excuus te gebruiken en in een enkel geval zelfs te laten weten dat de werkdruk hierdoor wel eens zou kunnen stijgen. Medewerkers verdienen een eerlijk salaris en koopkrachtbehoud. Daar blijven wij voor strijden. 

Namens de betrokken cao-onderhandelaars, 

  • FNV, Jan Boersma en Sander Wesdorp 
  • AOb, Donald Pechler 
  • CNV, Abhilash Sewgobind en Fred Veer 
  • FBZ, Robert Barendse 

«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK