“Een hoger-onderwijsinstelling kan niet zonder onafhankelijk medium”

Interview | de redactie
30 oktober 2023 | Naast de academische vrijheid staat ook de journalistieke vrijheid wereldwijd onder druk. Het hoger onderwijs vormt helaas geen uitzondering. In het neoliberale managerdenken op hoger-onderwijsinstellingen trekken bestuurders en koepels de communicatielijntjes steeds strakker naar zichzelf toe. De vraag is of de sector iets opschiet met minder toezicht. ScienceGuide is in Nijmegen gaan graven naar twee tegengestelde geluiden. Waar het ene instellingsblad het vege lijf wist te redden, moest het andere journalistieke medium zich schikken naar de macht.
Han Geurts. Beeld: Ralph Schmitz

Sensor 

Tussen 1999 en 2015 was Han Geurts hoofdredacteur van Sensor, het onafhankelijke blad voor de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN). “Toen ik begon, was het een krantje. In overleg met het toenmalig college van bestuur heb ik toestemming en geld gekregen om een magazine ervan te maken dat tweewekelijks uitkwam. De collegevoorzitter vond dat een prima initiatief, maar hij zou me wel na vier jaar afrekenen op de waardering voor het blad. Dat pakte bijzonder goed uit: 95 procent van het personeel las het, 70 tot 75 procent van de studenten vond het geweldig. De waardering was tussen de 7 en 8, dus we konden door.” 

De onafhankelijkheid van het blad was gelukkig goed geregeld, vertelt Geurts. “We vielen qua inhoud en verantwoording rechtstreeks onder het college van bestuur. Dat wilde ik ook. Ik wilde geen gedoe hebben met tussenpauzen en directeuren die gekwetst waren. We hadden een redactiestatuut en een redactieraad als een buffer tussen de opdrachtgever en ons. Dat ging altijd goed. Het college heeft nooit van tevoren gevraagd wat we gingen publiceren en of ze dat konden inzien. Dat had ik ook nooit goedgevonden; dan was ik meteen opgestapt.” 

Incidenten 

Toch stond de journalistieke vrijheid zo nu en dan onder druk. Geurts geeft drie voorbeelden.  

“We botsten af en toe wel met het college. Dan zeiden ze: ‘Wat heb je me nou geflikt?’. Dat is niet vaak gebeurd in al die jaren, maar wel een paar keer. Een keer was het zo erg dat ze de oplage uit de bakken hebben laten halen en dat ik een nieuwe oplage moest maken. Daarover zijn de voorzitter en ik woedend geweest. Uiteindelijk zei ik: ‘Dat is goed, maar dan betalen jullie.” Dat hebben ze gedaan. Ik vind de aanleiding tot de dag van vandaag nog vreemd.” 

De oud-hoofdredacteur legt uit wat de scheve koppen deed trekken. “Ik heb twee meiden geïnterviewd die aan improvisatietoneel deden. Die zeiden dat ze een keer op hun docent waren gaan zitten. Als je dat dubbelzinnig of kwetsend interpreteert, ligt dat niet aan de kop maar aan jou. Mijn idee is dat de kop geen sensatiekop hoeft te zijn, maar wel moet trekken. De bovenkop moet zeggen waarover het gaat. Voor de vervangende kop schaam ik me nog.” 

Geen glans zonder wrijving 

Gelukkig kreeg Geurts bijval uit het veld. “Toevallig vond net toen het jaarlijkse congres van hoofdredacteuren hier plaats. Dat was dus ideale timing van het college, zonder dat ze het overigens wisten. Gelijk ging de discussie binnen de groep daarover: allemaal medestanders. Mijn standpunt is altijd geweest ‘geen glans zonder wrijving’. Ik probeerde hoe ver ik kon gaan. Ik hoefde geen sensatieartikelen of Telegraaf-toestanden, maar ik wilde wel dat er transparantie en openheid was om dingen aan de kaak te stellen. Soms botste dat met het college van bestuur, maar ze hebben nooit gedreigd te stoppen met de subsidie van het blad.” 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Ondanks incidenten is de verstandhouding met het college altijd goed gebleven, zegt Geurts. ”Ook daarna heeft het college nooit gezegd van tevoren te willen zien wat we allemaal schreven, dus dat vond ik wel netjes. Na incidenten gingen we altijd met de benen op tafel overleggen. Dan wist ik weer dat ik iets te ver geschuurd had. Verder liep het prima en was men trots op ons blad. Na een interview komen mensen altijd met de opmerking: ‘Dat heb ik wel gezegd, maar dat moet je niet zo opschrijven.’ Dan had je het toch niet moeten zeggen? Als er feitelijke onjuistheden in staan, corrigeren we die. De rest is de verantwoordelijkheid van de redactie.” 

Sociale wetenschappen 

Geurts weet ook nog twee verdere incidenten in de gammahoek voor het voetlicht te brengen. “Een ander voorbeeld was het jaarlijkse symposium Pathologische Esthetica. Dat bestond al vijftien jaar en zocht de grenzen op: afbeeldingen van mensen aan vleeshaken. Wij schrijven dus daarover. Tegen het college van bestuur kon ik zeggen dat ik enkel de boodschapper was: ‘Dit gebeurt gewoon op jullie instelling. Kom niet bij mij klagen, maar ga dan naar hen toe.’ Ze waren bang dat mensen van buiten de foto’s zagen en zich afvroegen wat er in Nijmegen gebeurde. Een jaar later was het afgelopen met de cursus. Daarover hebben we ook weer geschreven.” 

Opvallend genoeg gaat de laatste anekdote van Geurts weer over de sociale wetenschappen. “Een andere keer hadden studenten uit de sociale hoek de opdracht gekregen outside the box te denken en te doen. Een student had twee enorme pornografische schilderijen opgehangen met de opdracht: ‘zoek de vijf verschillen’. Ik had erover geschreven, dus kwamen ze weer bij mij of ik de foto niet wat kleiner had kunnen maken. Dat had ik gekund. De buitenlandse studenten krijgen brochures van de HAN en nemen dan ook het blad mee. Dan laten ouders hun kinderen hier niet naar school gaan met die losgeslagen toestanden bij ons in het westen.” 

Desondanks hebben de incidenten de journalistieke vrijheid van het blad niet bedreigd, denkt Geurts. “Er was jaarlijks een evaluatie samen met de voorzitter van de redactieraad en met het bestuur. Dat was altijd een formaliteit. Het blad was goed gedekt door het redactiestatuut en de redactieraad. Dat was altijd een onafhankelijke buffer tussen het bestuur en ons. De raad was autonoom om het college van bestuur gelijk te geven, maar dat deden ze gelukkig niet.” 

Wordt niet vervolgd 

Voor Geurts kwam het dan ook onverwacht toen het doek viel voor het onafhankelijke blad. “Het ging altijd goed, tot het einde. Toen zat ik aan mijn pensioenleeftijd. De redactie wilde graag dat ik bleef, want we zaten in een transitie richting online. Ik mocht echter niet langer door: geen schijn van kans om een maand of drie à zes te blijven. Ik denk dat ze het plan al klaar hadden liggen om communicatie meer centraal te trekken. Dan waren ze die lastpost kwijt. Mijn afscheid was een goed excuus. Het was redelijk onverwacht: men was tevreden.” 

Na het gedwongen vertrek van Geurts ging het snel bergafwaarts met de onafhankelijkheid. “Mijn opvolger was na een jaar ontslagen en kon Sensor niet redden. Daarna was het blad binnen de kortste keren ter ziele. De redactie is wel gebleven, maar dan binnen de afdeling communicatie. Die schrijven nu communicatieartikelen; dat lijkt mij verschrikkelijk. Dat het weg is, vind ik triest maar ook schandalig. Een hoger-onderwijsinstituut dat 35.000 mensen opleidt tot sociale, kritische burgers, heeft geen medium dat onafhankelijk is. Dat kan niet.” 

Roepen in de woestijn 

Geurts heeft aan den lijve ondervonden hoe het is om afhankelijke journalistiek te bedrijven. “We maakten ook andere bladen. Het HANblad heb ik zelf in het leven geroepen. Daarvan ben ik ook vier jaar hoofdredacteur geweest. Dat was absoluut geen onafhankelijk blad, puur voor de externe markt: bedrijven en relaties. Daarmee bemoeiden ze zich wel. Er werd van bovenaf meegekeken wat wel en niet mocht of erin moest. Ook daar was mogelijk geweest om onafhankelijk te zijn, maar het bestuur wilde kijken wat er gebeurde. Dan wordt het een communicatieblad, en dat is mijn pakkie-an niet. Na vier jaar heb ik gezegd dat ik stopte.” 

De ondergang van zijn onafhankelijke bladen ziet Geurts dan ook als een teken aan de wand. “Ik vroeg de toenmalig collegevoorzitter op de man af of Sensor zou blijven bestaan. Hij zei: ‘Ik kan me niet voorstellen dat een instituut van onze omvang geen onafhankelijk medium heeft.’ Toen trok hij de stekker eruit. Er zijn goede voorbeelden van bladen die het gered hebben, maar de algemene tendens is zorgelijk en schandalig. Bij jullie geldt ook: als de hogescholen zeggen dat jullie geen cent meer krijgen, dan is het afgelopen. Zo simpel is het. Ik heb altijd fijn gewerkt omdat ik de vrijheid had. Wellicht ben ik roepende in de woestijn.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK