‘Inspectie beter dan accreditatie’

Nieuws | de redactie
5 februari 2007 | Prof Arnold Heertje en Anne Marie Oudemans van BON pleiten voor een afschaffing van de accreditatie in het HO. Zij noemen dit "gedwongen winkelnering" en stellen voor terug te keren naar "ex-post controle" onder "supervisie" van OCW en gecontroleerd door de Kamer. Dit zou ook de bureaucratie helpen verminderen. U leest hun analyse en antwoord op het betoog van NVAO-voorzitter Karl Dittrich hier.



Vertrouwen is goed. Heldere controleerbare structuren zijn beter.

Nu een ieder uit zijn loopgraaf is gekropen, blijkt dat Karl Dittrich en zijn organisatie ook vraagtekens hebben gezet bij de bureaucratische procescontrole die de accreditatie is. Hij ziet ook dat de zes facetten daarvan voornamelijk procesbeschrijvingen zijn, maar voelt zich beknot door de wet. Hij wil wel inhoudelijke ex-post controle, maar hij kan niet. Dat is niet goed. De NVAO heeft een verantwoordelijkheid en is vrij in de keuze van toetsing.

Toch probeert hij iets te doen. Blijkbaar is het de NVAO duidelijk dat de vakinhoud van de opleidingen en de rol die vakinhoud speelt bij de accreditatie ver weg is gezakt. De NVAO probeert de vakinhoud terug te brengen. Dat siert de NVAO maar laat de grondslag van de bureaucratische procesmeting intact en er zal dus niets veranderen hoewel een ieder ziet dat het met name mis is in het HBO. Dat is niet goed.

Om tot een goede structuur te komen voor de accreditatie zal er eerst gekeken moeten worden wie wat doet gedurende het accreditatieproces. De NVAO doet de eindcontrole op de beoordeling van de VBI en die kost 500 euro. Ongeveer een jaar voor de accreditatiedagen neemt het proces zijn aanvang bij de te accrediteren opleiding. Er wordt een VBI uitgekozen uit de lijst van de NVAO aanbevolen VBI’s. Deze VBI’s zijn commerciële organisaties die door de NVAO worden gecertificeerd en hebben onderling contact. Van concurrentie is geen sprake. Het is meer gedwongen winkelnering. Misschien een aardig onderwerp voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

De gekozen VBI komt binnen in zijn rol van adviseur. Zij nemen de protocollen voor de facetten mee die alle door de opleiding ingevuld moeten worden. Zij geven voorlichting over de papieren die verzameld moeten worden en over de presentatie in het rapport . Zij geven advies over de te bezigen bewoordingen , trainen de docenten en studenten op de juiste antwoorden, leveren de vereiste domeincompetenties etc. Voor dit alles vragen zij uiteraard het uurtarief van een goed consultant. Gemiddeld komt dit op zo’n 80.000 euro uit. Zie bijvoorbeeld het artikel van  Ton Willems ‘Het echec van het HBO’ in het UNIENFTO tijdschrift van november 2006. De hogeschool doet het uitvoeringswerk voor het rapport. De geschatte interne bureaucratische kosten zijn 400.000 euro voor managers, onderwijskundigen, evaluatiedeskundigen, kwaliteitsdeskundigen en docenten.

Als onder leiding van de VBI de school het rapport af heeft, is de VBI klaar met adviseren. Deze verlaat via de achterdeur de school om meteen aan de voordeur weer te verschijnen maar nu in de hoedanigheid van beoordelaar. De VBI stelt het visitatiepanel vast waarbij maar 1 lid vakinhoudelijke kennis hoeft te hebben. De panelleden nemen hun werk wel serieus maar hebben niet voldoende vakinhoud om een vakinhoudelijke ex post controle uit te voeren. Sommige panelleden blijken banden te hebben met de VBI. De VBI beoordeelt het rapport. Deze beoordeling van de VBI kost zo’n 6000 euro. Zij hebben hun geld reeds verdiend in de adviseursfase en kunnen nu in de beoordelingsfase met een kleine rekening toe. Dit valt dan ook minder op. De VBI beoordeelt dus het rapport waarover zij zelf hebben geadviseerd. De NVAO keurt het rapport van de VBI die zijzelf eerst hebben gecertificeerd.

Deze structuur leidt tot gedwongen winkelnering, waarbij de VBI’s een groot belang hebben om de bureaucratie en de procescontrole zo uitgebreid mogelijk te maken. Hoe meer procescontrole hoe meer zij kunnen adviseren en beoordelen. Dat levert geld op. Ex post inhoudscontrole is veel goedkoper en sneller dus onaantrekkelijk voor de VBI’s. De NVAO ziet slechts het eindrapport en niet de werkelijke, geldverslindende structuren erachter die bol staan van perverse prikkels. Dat is niet goed.

Nu de NVAO zelf aangeeft dat zij de inhoud weer wil terugbrengen binnen de accreditatie – wat wij toejuichen – moet zij ook borgen dat dit via goede structuren gebeurt. Karl Dittrich geeft aan dat hij wel vertrouwen heeft in de VBI’s en de NVAO. Vertrouwen is wel noodzakelijk maar niet voldoende. Zeker niet als er financiële prikkels zijn en vermenging van advies- en beoordelingsfuncties die ongeremd naar meer bureaucratische procescontrole leiden. Dat is niet goed. De VBI’s hebben reeds laten zien dat vertrouwen wordt misbruikt en dat zij door de achterliggende structuur gebaat zijn bij bureaucratische procescontrole waarbij de NVAO slechts het laatste staartje krijgt te zien.

De oproep van Karl Dittrich aan docenten om tijdens panelbezoeken hun mond open te doen is opmerkelijk. Allereerst is het tegen het eigenbelang van een docent om kritiek binnen het accreditatieproces te leveren. Als de opleiding niet wordt geaccrediteerd kan hij zijn baan verliezen. Mocht een docent de waarheid laten prevaleren boven zijn eigenbelang dan is het usance dat het management de docent, al dan niet met intimidatie, in het accreditatiegareel dwingt. Wanneer docenten gehoor geven aan de oproep van Karl Dittrich brengen zij hun baan in gevaar. Zij kunnen er niet van uit gaan dat de NVAO ze zal beschermen tegen hun management. Een dergelijke oproep lijkt dan ook ongepast.

Het is beter om er voor te zorgen dat het werk van de VBI’s wordt ontdaan van onnodige bureaucratische procescontrole en vervangen wordt door inhoudelijke ex post controle. Deze inhoudelijke ex post controle zou vervolgens door de NVAO zelf of een aparte afdeling, bijvoorbeeld de inspectie, onder supervisie van OC&W kunnen worden uitgevoerd. Dan kan de Tweede Kamer controle uitoefenen. Het geldverslindende accreditatiecircus wordt dan teruggebracht tot de borging van de kwalitatieve inhoud.

OC&W moet erop toezien dat de commerciële bureaucratische procestijgers geen kans meer krijgen. De Tweede Kamer kan dit controleren. Een mooie gelegenheid om de bureaucratie daadwerkelijk te verminderen. Als wij de inhoudaccreditatie willen terugbrengen in het onderwijs, dan moet de structuur van de NVAO en de VBI’s worden vervangen door een heldere structuur met controlemogelijkheden vanuit de Tweede Kamer. Anders blijven we steken in misplaatst vertrouwen en verlenen we slechts lippendienst aan de borging op inhoud. Dat zou niet goed zijn.

Arnold Heertje
Anne Marie Oudemans





Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK