Creativiteit als bedreiging

Nieuws | de redactie
5 september 2013 | Leiders die competitief zijn ingesteld, staan minder open voor creatieve ideeën van werknemers dan chefs die zichzelf willen verbeteren. Instellingen en bedrijven waar creativiteit een wezenlijke succesfactor is, kunnen dan ook nadeel ondervinden van de verkeerde ‘baas’, laat Gronings onderzoek zien.

Wat bepaalt of een leidinggevende wel of niet meegaat met een idee aangedragen door een werknemer? Organisatiepsycholoog Roy Sijbom van de RUG stelde in zijn promotieonderzoek vast dat de inhoud van het idee op zichzelf niet altijd doorslaggevend is. Belangrijker is of de leidinggevende aan wie je het idee voorlegt, vooral ook zelf bereid is bij te leren.

Sijbom voerde experimenten uit onder 458 Nederlandse studenten in een leidinggevende rol en nam vragenlijsten af onder 394 leidinggevende Amerikanen. Tijdens de experimenten moesten de proefpersonen bedenken hoe ze een nieuw product in de markt gingen zetten. Een vooraf geïnstrueerde ‘ondergeschikte’ droeg vervolgens een betere manier aan om dit te doen dan het plan dat de leidinggevende proefpersoon had bedacht. Vervolgens observeerden de onderzoekers hoe de proefpersoon hierop reageerde.

Twee typen leidinggevenden

De resultaten laten zien dat leidinggevenden met performancedoelen – leiders die de beste willen zijn en hun kennis en vaardigheden willen demonsteren tegenover medewerkers – sneller geneigd zijn creatieve ideeën van ondergeschikten in de kiem te smoren. “Managers die graag hun superieure vaardigheden willen demonstreren, vinden het moeilijk om van ondergeschikten te horen dat bepaalde zaken op de werkvloer voor verbetering vatbaar zijn,” vertelt Sijbom. “Ze zien in de door medewerkers aangedragen ideeën een bedreiging voor hun leiderschapsreputatie.”

Dit in tegenstelling tot leidinggevenden die bij zichzelf ruimte voor verbetering zien en nieuwe kennis en vaardigheden willen opdoen. Zij zijn gericht op ‘mastery’ en staan van daaruit open voor suggesties van werknemers. Ze benutten creatieve ideeën van anderen om er vooral zelf van te leren.

Het maakt daarbij niet uit of degene die het idee aandraagt een ondergeschikte is of een meerdere. Een performance-leidinggevende is juist vooral geneigd om enkel ideeën aan te nemen van zijn of haar meerdere.

Juiste toon doet wonderen

Is het dan bij voorbaat kansloos voor een werknemer om een idee te pitchen bij een leidinggevende die met name op de eigen prestaties is gefocust? “Nee, dat niet.” aldus Sijbom. “Het type baas met de focus op performance is extra gevoelig voor de toon waarop medewerkers creatieve ideeën communiceren. Een vriendelijke toon kan daarbij al wonderen doen, blijkt uit mijn onderzoek.”

Ook is het in het belang van de werknemer om bij de toelichting op het idee zo min mogelijk te wijzen op problemen die er aan ten grondslag liggen. Het werkt dan beter  vooral te focussen op de bruikbaarheid van het idee.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK