Kwetsbare studenten hard getroffen

Nieuws | de redactie
24 oktober 2013 | 17.500 studenten. Dat is gelijk aan de omvang van de hele populatie van de TU Delft, Hogeschool Zuyd of Windesheim. Zo veel jongeren ontvangen door een bezuiniging van OCW niet langer een aanvullende beurs, die zij nodig hadden omdat ouders ‘onvindbaar’ zijn of gezinnen zijn ontwricht.

Uit de vragen en antwoorden die gesteld zijn naar aanleiding van de begroting van OCW over 2014 blijkt dat de betreffende bezuiniging van staatssecretaris Zijlstra van Rutte-I, die door Bussemaker in Rutte-II is overgenomen, niet een kostenbesparing inhoudt op een administratief detail, dat OCW en DUO veel bureaucratisch werk oplevert voor een zeer beperkte groep. De ingreep treft de inkomens en studieperspectieven van een zeer forse groep studenten, die in hun persoonlijke omstandigheden vaak dramatische lotgevallen hebben ondergaan.

Fysiek of geestelijk geweld

OCW erkent aan de Kamer nu om wat voor situaties en levenslot het bij deze jongeren gaat: “Er is sprake van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende. Dit betreft situaties waarbij ernstig fysiek of geestelijk geweld een rol heeft gespeeld. Ook kan het gaan om structurele conflicten rond levensovertuiging, geloof en cultuur.”

In totaal worden hier even veel studenten getroffen als de populatie van de complete TU Delft of – ongeveer – de hogescholen Windesheim en Zuyd.

De vraag en het antwoord 179 in het Kamerstuk leest u in extenso hieronder.

“Hoeveel studenten kwamen in aanmerking voor een aanvullende beurs van wie de ouder(s) onvindbaar dan wel weigerachtig zijn? Welke criteria bestaan er concreet om in aanmerking te kunnen komen voor een aanvullende beurs als een ouder(s) onvindbaar dan wel weigerachtig zijn?

Op basis van de huidige regeling voor studerenden met weigerachtige of onvindbare ouders komen circa 17.500 studenten in aanmerking voor aanvullende beurs. Binnen de regeling worden verschillende categorieën onderscheiden en gelden verschillende criteria.

-Er is sprake van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende. Dit betreft situaties waarbij ernstig fysiek of geestelijk geweld een rol heeft gespeeld. Ook kan het gaan om structurele conflicten rond levensovertuiging, geloof en cultuur. Zaken als betalingsproblemen, meningsverschillen over de gekozen opleiding of onderwijsinstelling of het verlangen naar financiële zelfstandigheid gelden niet als conflict.

-De studerende heeft geen contact met de ouder. Het dient hierbij te gaan om een ouder die wel bekend is, maar met wie er minimaal sinds het 12e levensjaar geen contact meer is geweest.

-De ouder is op basis van een gerechtelijk besluit uit het ouderlijk gezag ontzet of ontheven.

-Er is sprake van oninbare alimentatie gedurende ten minste 12 maanden voorafgaand aan de maand waarin de studerende voor het eerst studiefinanciering ontvangt. Het feit of de door de rechter vastgestelde alimentatie oninbaar is, moet worden aangetoond door middel van een verklaring van een ter zake deskundige, zoals het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of de Gemeentelijke Sociale Dienst.

-De gegevens over de verblijfplaats van de ouder kunnen niet worden achterhaald.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK