Kloof groeit bij leren op het werk

Nieuws | de redactie
12 augustus 2014 | De crisis mag dan aanhouden, nog steeds maken werkenden veel gebruik van de mogelijkheid tot bijscholing in training in cursussen. Zorgelijker daarbij is de groeiende kloof tussen laag- en hoogopgeleid op dit punt, zo laten cijfers van ROA Maastricht zien.

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht heeft in het rapport ‘Werken en leren in Nederland’ in kaart gebracht in welke mate de Nederlandse beroepsbevolking haar vaardigheden op peil houdt en nieuwe vaardigheden opdoet die noodzakelijk zijn voor duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Informeel leren populairst

Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van SZW, laat zien dat werkenden hun competenties vooral op peil houden door het informele leren op het werk. Van de totale tijd die werkenden in 2013 aan leeractiviteiten besteedden had veruit het grootste deel (96%) betrekking op het informeel leren tijdens het werk. Slechts 4% heeft betrekking op het volgen van cursussen en trainingen. Daarnaast deed 41% van de werkenden aan zelfstudie thuis. Zij besteedden daar per maand gemiddeld ongeveer 3 uur aan.

Tussen hoog- en laagopgeleiden is de kloof in het leren op het werk tussen 2004 en 2013 groter geworden: laagopgeleiden volgen minder vaak een cursus, de cursussen die zij volgen zijn korter en zij leren minder van de werkzaamheden die zij doen op het werk. Het percentage laagopgeleiden dat in de voorafgaande twee jaar een cursus of training heeft gevolgd is gedaald van 46% in 2004 naar 37% in 2013, terwijl in beide jaren 64% van de hoogopgeleiden een cursus of training volgde.

Kloof tussen hoog- en laagopgeleid

Zowel voor hoog-, middelbaar-, als laagopgeleiden is de tijd die ze aan cursussen besteden in 2013 flink afgenomen ten opzichte van 2004, maar de afname is het grootst bij laagopgeleiden. Bij hen liep het aantal cursusuren de afgelopen 10 jaar terug van gemiddeld 20 uur naar 15 uur per cursus, tegenover een daling van 30 naar 27 uur voor hoogopgeleiden.

De kloof in de mate waarin laag- en hoogopgeleiden werkzaamheden hebben waarvan ze leren is evenzeer gegroeid. In 2004 besteedden laagopgeleiden 31% van hun werktijd aan leerrijke taken. In 2013 is dit gedaald naar 26%. Bij hoogopgeleiden is er daarentegen sprake van een toename van het aantal leerrijke taken van 34% van de totale werktijd in 2004 naar 38% in 2013.

Ouderen doen meer aan scholing

Uit het onderzoek blijkt ook dat de scholingsdeelname onder ouderen is toegenomen. Voor werkenden in de leeftijd van 55-66 jaar is de deelname aan cursussen en trainingen gestegen van 40% in 2004 naar 52% in 2013. Onderzoek laat zien dat deze stijging samenhangt met de afschaffing van de prepensioenregelingen.

Doordat velen later met pensioen gaan hebben ze er ook belang bij om hun kennis en vaardigheden langer op peil te houden. De scholing van 55-plussers vindt vaker plaats op initiatief van de werkgever en is vaker gericht op de huidige functie. Het volgen van deze scholing versterkt de kans op behoud van de baan, maar maakt oudere werknemers kwetsbaar als ze bij baanverlies op zoek moeten naar ander werk.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK