Kennis voor een krachtig Europa

Nieuws | door Robert-Jan Smits
8 juni 2017 | Onlangs ontving Robert-Jan Smits de KNAW Akademiepenning. In zijn ontvangstspeech kijkt hij naar de Brexit en de moeilijke tijden voor Europese samenwerking. Volgens de DG Onderzoek en Wetenschap moet de EU juist nu nog sterker inzetten op kennis.

‘Fraternity between nations’, ‘building up mutual confidence’ a ‘successful struggle for peace and reconciliation and for democracy and human rights’. Dit was de laudatio van het Nobelprijs Comité toen het in 2012 in Oslo de Vredesprijs toekende aan de EU. Ondanks het feit dat een enquête kort erna liet zien dat twee derde van de ondervraagden trots was dat de EU de Nobelprijs had gewonnen, vond een meerderheid in Griekenland, Oostenrijk, Nederland en Zweden dat de toekenning geen goede keuze was.

Zwaar weer voor de EU

Het was een teken aan de wand. Sindsdien is de scepsis over “Project Europa” namelijk alleen maar gegroeid. Blijkbaar is men het gewoon gaan vinden dat we in Europa al zolang in vrede en grote welvaart leven. Blijkbaar maken verhalen over de verschrikkingen van de twee wereldoorlogen die ons continent geteisterd hebben steeds minder indruk.

In Oslo sprak Herman van Rompuy nog over het unieke proces van verzoening dat de founding fathers van de Europese samenwerking had gedreven, het helen van wonden, het einde maken aan de logica van vergelding , maar voor velen zijn dit loze woorden zijn geworden. Het gaat immers weer meer dan ooit over ‘wij en zij ‘ en het aantal landen dat denkt het alleen af te kunnen groeit gestaag. Frans Timmermans zei hierover: ‘ There are two kinds of EU Member States: small Member States and Member States that do not yet realise they are small ‘.

Ja, Europese samenwerking verkeert in zwaar weer, met als dieptepunt de Brexit. Met de slogan ‘ taking back control ‘, won het leave-kamp, zij het nipt. Toen Boris Johnson het in Davos had over een ‘liberation’, herinnerde een dappere dame in het publiek hem eraan dat dit taalgebruik getuigde van ‘bad taste’ omdat wij in Europa immers het woord ‘liberation’ gebruiken voor de bevrijding van de nazi’s op het eind van de Tweede Wereldoorlog. Dat de Presidentsverkiezing in Oostenrijk, de verkiezingen in Nederland en Frankrijk uiteindelijk goed zijn verlopen, doet niets af aan het gevoel van onzekerheid over “Project Europa”.

Geen feest in Rome

Je vraagt je af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Van Nobelprijs tot vergruisd project. En dat op het moment dat de EU zijn 60ste verjaardag vierde. Een feest waar we de langste periode van vrede van ons continent hadden moeten vieren, waar we gezamenlijk de lof hadden moeten bezingen over onze welvaart en ons welzijn, dat we het nog nooit zo goed hebben gehad. Zo’n feest is het in Rome niet geworden.

Natuurlijk is “Project Europa” niet perfect. De recente crisissen hebben de weeffouten van de EU op pijnlijke wijze blootgelegd. Een gezamenlijke munt zonder een gemeenschappelijk economisch beleid en fiscaal toezicht, een uitbreiding van het aantal lidstaten zonder ons af te vragen of deze landen er wel klaar voor waren, een vluchtelingenbeleid zonder een gezamenlijke bescherming van de buitengrenzen of solidariteit en bereidheid de ontheemden op te nemen, een vierde industriële revolutie zonder oog te hebben voor de angst van banenverlies als gevolg van robotisering en een liberaal handelsbeleid zonder het draagvlak ervoor te creëren bij de burger die veelal het gevoel heeft niet te profiteren van deze globalisering.

Niemand voelt zich verantwoordelijk voor Europa

We hadden ons veel eerder moeten realiseren dat “Free trade does not come for free”. Wat bovendien niet hielp was dat dezelfde regeringsleiders die tijdens bijeenkomsten in Brussel onpopulaire maatregelen namen, vervolgens terug in eigen land alle verantwoordelijkheid afwezen en zeiden: het moest van Brussel. Part-time Europeanen worden deze Regeringsleiders door Juncker genoemd. En hij heeft gelijk: niemand voelt zich verantwoordelijk voor Europa, met uitzondering van Merkel dan.

Vergeet niet dat besluiten in Brussel niet door de Europese Commissie maar door de lidstaten worden genomen. Vergeet ook niet dat het deze halfslachtige houding was die Cameron de das heeft omgedaan: voortdurend kritiek leveren op Brussel en vervolgens in een Referendum Brussel plotsklaps gaan verdedigen. Hoe ongeloofwaardig kun je zijn ? Geen wonder dat dit politiek is afgestraft. Helaas ondervinden we daar nu in 28 landen de gevolgen van.

Juncker heeft terecht gezegd dat de lidstaten nu eens duidelijk moeten maken wat ze met de EU willen. In zijn witboek heeft hij daarvoor 5 scenario’s gepresenteerd. Deze worden de komende maanden besproken en moeten leiden tot een gezamenlijke visie van de EU-regeringsleiders eind van dit jaar. Op korte termijn is de strategie van Brussel echter: ‘ occuper le terrain ‘ zoals de Fransen dat zo fraai zeggen.

Populism is alive and well

Pas op de plaats maken totdat de verkiezingen in een aantal lidstaten voorbij zijn en ondertussen hopen op een goede uitkomst en op economische groei. Dat laatste is er zeker, EU breed zelfs 1.9 %. Het werkloosheidspercentage zal in 2018, 7,7% bedragen, het laagste niveau sinds 2008. Alleen geldt niet langer tijdens verkiezingen ‘ it’s the economy, stupid ‘ maar ‘ it’s the identity, stupid ‘.

Het is duidelijk dat wanneer de verkiezingen voorbij zijn en de storm is geluwd, veel op de schop zal gaan en zal moeten gaan. Paul Krugman schreef hierover in The New York Times: ‘Macron’s victory is not a signal for EU leaders to continue business as usual’ en Politico herinnerde ons allen eraan dat Marine Le Pen 11 miljoen stemmen wist te verzamelen en dat de eerste take-away van de Franse verkiezingen is dat ‘populism is alive and well ‘.

Het business as useful, scenario 1 van Juncker is gewoon geen optie. Veel beleidsterreinen zullen herijkt moeten worden of het nu het gemeenschappelijk landbouwbeleid is of de Structuurfondsen. De begrippen ‘ subsidiariteit ‘ en ‘ Europese meerwaarde ‘ zullen de komende maanden dan ook vaak genoemd worden. Er zal zeker gezocht worden naar nieuwe initiatieven om Projekt Europa nieuw elan te geven, denk daarbij aan terreinen als defensie en veiligheid, denk aan sociaal beleid. Of dit afdoende is, valt te bezien. Verder is het medicijn ‘ meer Europa ‘ dat meer dan ooit nodig is om de grote problemen het hoofd te bieden, nu net wat niemand wil voorschrijven, laat staan innemen.

Wetenschap en innovatie als positieve uitzondering

Er is echter één terrein waarop de samenwerking binnen Europa het laatste decennium alleen maar sterker, populairder en succesvoller is geworden en dat is wetenschappelijk onderzoek en innovatie. En dat komt niet alleen door de EU Kaderprogramma’s als bron van financiering waar Nederlandse onderzoekers flink van profiteren.

Ook het bredere Europese wetenschapsbeleid waarbinnen het opvoeren van investeringen, het creëren van een Europese Onderzoeksruimte en sinds twee jaar ook Open Science centraal staan, heeft daartoe bijgedragen. Eerst over de investeringen. Wetenschappelijk onderzoek en innovatie moeten prioritair zijn binnen Europees en nationaal beleid en mogen niet gezien mogen worden als ‘ add on’.

Vijftien jaar geleden hebben de Europese regeringsleiders in Barcelona afgesproken om dit type investeringen op te drijven tot 3% van hun BNP. Alhoewel we hier enige voortgang hebben geboekt en nu op ongeveer 2% zitten, is duidelijk dat we de 3% target, te realiseren in 2020, niet gaan halen. Er zijn echter landen die aantonen dat het wel degelijk kan. Zowel Zweden als Denemarken en Oostenrijk zijn ondertussen boven het niveau van 3% uitgestegen.

En ook Duitsland heeft belangrijke inspanningen geleverd en zit tegen de 3 % aan. Nederland zou veel meer moeten investeren in onderzoek en innovatie. En dat is nu eenvoudiger dan ooit door de budgettaire ruimte die er is en met het manifest van de Kenniscoalitie dat precies aangeeft wat er moet gebeuren door middel van een jaarlijkse investering van 1 miljard extra voor onderzoek en innovatie.

Dit document kan integraal worden opgenomen in het Regeerakkoord van welke coalitie dan ook. Op deze manier zal Nederland de fel begeerde positie als innovatieleider in het European Innovation Scoreboard en nummer 4 op de lijst van meest competitieve economieën van het World Economic Forum kunnen behouden. De noodzaak om meer te investeren wordt vooral duidelijk als je ziet wat er in Azië gebeurt. Zuid Korea gaat richting de 5%. China heeft het budget voor onderzoek en innovatie zelfs met 22% per jaar laten stijgen en investeert nu, net als Europa, ongeveer 2% van zijn BNP in onderzoek.

Economische modellen openbreken

Om de Europese Ministers van Financiën en de CPB’s van Europa het belang van onderzoek en innovatie te laten inzien, is het van belang de economische modellen die gehanteerd worden om budgettair beleid uit te zetten open te breken. Zo houdt het door economen aanbeden QUEST model, vrijwel geen enkele rekening met de positieve effecten die onderzoek en innovatie hebben op de lange termijn groei van de economie. Veel economische modellen nemen zelfs een fenomeen als digitalisering dat onze economie en samenleving compleet aan het veranderen is, niet eens mee. Ook Barbara Baarsma van de Rabobank en tevens kroonlid van de SER heeft recent op de tekortkoming van de CPB modellen gewezen.

De Europese Onderzoeksruimte, het andere Vlaggenschip van de EU, beoogt het tot stand brengen van een interne markt voor onderzoek waarbinnen er geen barrières zijn die de mobiliteit van onderzoekers in de weg staan, de belemmeringen die samenwerking tussen landen en onderzoekers over de landsgrenzen heen hinderen worden afgebouwd, en waarin kennisoverdracht soepel verloopt.

Kijkend naar de samenwerkingsverbanden en uitwisselingen tussen Europese onderzoekers, universiteiten, academies en funding agencies, is daar het afgelopen decennium heel wat tot stand gebracht. Dit biedt nu de basis om vol in te zetten op Open Science, een nieuwe manier van wetenschapsbeoefening waarbij Open Access to publications en Open Access to Data centraal staan.

In dit kader werkt de Europese Commissie aan het opzetten van een European Open Science Cloud, zeg maar een safe haven voor scientific data, wordt citizen science gestimuleerd en is er onlangs een update uitgebracht van de European Code on Research Integrity. Verder wordt er gewerkt aan een herziening van de reward systems binnen universiteiten. De Amsterdam call for Action, aangenomen tijdens het Nederlandse voorzitterschap, biedt voor dit alles een belangrijk politiek kader.

EU een zegen voor de wetenschap

Met al deze activiteiten heeft de Europese Commissie een sterke bijdrage geleverd aan de Europese wetenschap. En dit zou best wat meer erkend mogen worden. Jos van der Meer deed dit in een ingezonden brief in het NRC waarin hij het volgende schreef: “Voor de wetenschap, een belangrijke motor voor onze economie en welvaart, is het duidelijk: de EU is een zegen.” De Britse wetenschappers realiseren zich dat maar al te goed en hebben voor 90% voor het remain kamp gestemd. Ook de Zwitsers, Israeli en Noren kennen de waarde van Europese samenwerking en willen coûte que coûte onderdeel uitmaken van ERA.

Men kan niet over Europese wetenschap praten zonder Horizon 2020 te noemen, met 80 miljard euro het grootste programma voor onderzoek en innovatie ter wereld. Onlangs is de 10e verjaardag gevierd van de ERC, de parel in de kroon van Horizon 2020. Dat er 700 ERC grantholders zijn in Nederland, bijna 10 % van het totaal aantal ERC grants, zegt veel over de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Per hoofd van de bevolking gerekend, is er geen enkel land dat meer ERC grants heeft ontvangen. Waanzinnig knap, maar het mag geen reden zijn om achterover te leunen en minder in onderzoek en innovatie te investeren. Integendeel! In een kenniseconomie zijn er geen levenslange voorsprongen.

Robert-Jan Smits :  Directeur-Generaal Onderzoek en Wetenschap van de Europese Commissie


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK