Koepels vragen om snel ingrijpen van OCW bij internationalisering

Minister waarschuwt voor tweederangs Nederlandstalige opleidingen

Nieuws | door Frans van Heest
14 mei 2018 | Hogescholen en universiteiten hebben op zeer korte termijn extra instrumenten nodig om de instroom van internationale studenten te beheersen. Door het mogelijk te maken om een Engelstalige ‘track’ te onderscheiden, waarvoor specifieke toelatingscriteria zijn toegestaan, kan de instroom worden beheerst. In reactie op de plannen waarschuwt de minister voor het gevaar van tweederangs Nederlandstalig onderwijs.

Hogescholen en universiteiten komen met een gezamenlijke visie over internationalisering. Deze visie moet als input dienen voor de nieuwe internationaliseringsstrategie van OCW die volgende maand wordt gepresenteerd. De koepels presenteren plannen om onder andere docenten te gaan trainen in het Engels en om te gaan werken aan inclusieve gemeenschappen. Ook worden er afspraken gemaakt over het behoud van Nederlandstalig aanbod.

Beter voorspellen

Een ander groot pijnpunt bij internationalisering is de studentenhuisvesting. De koepels beloven daarom meer te gaan samenwerken met gemeenten. Maar hier ligt volgens hen ook een taak voor de overheid, die moet de studentenaantallen in de referentieraming beter gaan voorspellen dan ze nu doet.

Kennisinstellingen moeten ook meer dan in het verleden betrokken worden bij buitenlandmissies van Nederland. Dit is al een lange wens van onder andere Nuffic. De koepels willen dat Nederland een top-5 land wordt in het aantrekken van internationale studenten. Dit betekent dat ze willen wedijveren met landen als de VS, VK, Canada en Australië die jaarlijks honderdduizenden studenten weten te werven uit het buitenland.

Daarnaast moet de traditioneel lage uitgaande mobiliteit van Nederlandse studenten ook verhoogd worden door meer beurzen beschikbaar te stellen. En moet de Europese Onderwijsruimte voltooid worden waardoor makkelijker diploma’s Europees erkend worden. Op dat punt lijken de koepels de wind mee te hebben vanuit Europa. In de plannen voor de meerjarenbegroting wordt er fors meer geld uitgetrokken voor Erasmus+.

Universiteiten en hogescholen verwachten dat de groei van het aantal internationale studenten zal blijven doorzetten. Waarbij op termijn 1 op de 14 studenten in het hbo internationaal is en 1 op de 5 in het wo. Deze verhoudingen kunnen per instelling verschillen maar dat moet in samenspraak met de verschillende instellingen gebeuren.

Niet EER-studenten moet financiële knelpunten oplossen

Instellingen willen ook meer instellingscollegegeld kunnen vragen voor studenten van buiten de Europese Unie. Momenteel is dit een bedrag van omstreeks €12.000. Waar wenselijk moet het voor instellingen mogelijkzijn om aan niet-EER-studenten een hoger dan kostendekkend tarief te vragen. Dit kan een geschikt instrument zijn wanneer er behoefte is de instroom te beperken. Tevens kan het extra middelen voor het onderwijs opleveren, waarmee financiële knelpunten kunnen worden aangepakt.

Zoals deze week al bekend werd willen instellingen ook dat de numerus fixus wordt uitgebreid. Momenteel geldt die voor gehele opleidingen. Dus voor zowel de Nederlandse als de Engelse track van een opleiding. De koepels willen dat zij de mogelijkheid krijgen om alleen voor de Engelse variant een fixus in te voeren. Op die manier moeten Nederlandse studenten toegang blijven behouden tot de Nederlandstalige tracks.”

Eigen studenten eerst

Ook op het gebied van taalbeleid belooft het hoger onderwijs en specifiek de universiteiten zich meer in te zetten op kwaliteit, mede ingegeven door de maatschappelijke discussie.  “Tegelijkertijd geldt dat de omschakeling naar Engelstalig onderwijs veel aandacht behoeft. In het maatschappelijk debat worden zorgen geuit over de toegankelijkheid van Engelstalig onderwijs voor Nederlandstalige studenten, het taalniveau van docenten en studenten en de zeggenschap over deze ontwikkelingen. Universiteiten adresseren deze zorgen door in te zetten op integraal en inclusief taalbeleid, dat de kwaliteit en toegankelijkheid van onderwijs faciliteert en voorkomt dat de Nederlandse taal in het onderwijs in de verdrukking komt.”

Conform de wet

De koepels beloven daarom dat beslissingen over taalbeleid zorgvuldig zullen worden genomen. “Hogescholen en universiteiten committeren zich ten aanzien van de opleidingstaal aan een zorgvuldige besluitvorming per opleiding. De taalkeuze wordt conform de wettelijk verplichte gedragscode taal vormgegeven. Een wijziging van de onderwijstaal zal worden vastgelegd in de OER zodat ook de medezeggenschap hierover meebeslist.

Het Trojaanse paard van Bologna

Ook gaan de universiteiten er zelf voor zorgen dat er nog voldoende Nederlands aanbod blijft in Nederland. “Onderdeel van een zorgvuldige besluitvorming over de onderwijstaal is monitoring en collegiale afstemming op landelijk niveau gericht op het behoud van voldoende Nederlandstalig aanbod van bacheloropleidingen. Hogescholen en universiteiten geven vorm aan deze afstemming waarbij er op stelselniveau in beginsel altijd toegang is tot een Nederlandstalige variant. Daarbij geldt wel een aantal uitzonderingen. Instellingen en opleidingen blijven zelf verantwoordelijk voor het aanbod, maar geven met deze afstemming invulling aan hun stelselverantwoordelijkheid.”

Hbo minder streng op taalnorm

Ook gaan hogescholen universiteiten met een taalnorm werken voor docenten hoewel die in het hbo minder streng zal zijn dan in het wo. “Binnen universiteiten is voor docenten het uitgangspunt dat zij de onderwijstaal minimaal op C1-niveau beheersen. Voor hogescholen geldt in principe ook het C1-niveau, met aandacht voor de beroepspraktijk en vaktaal. Daarnaast is er aandacht voor de beheersing van het Engels van ondersteunend personeel.”

Ook wordt er over nagedacht om taalbeleid onderdeel te laten zijn van de accreditaties van de NVAO, maar hier moet nog verder over van gedachten gewisseld worden met de minister.  “De kwaliteit van het onderwijs borgen hogescholen en universiteiten door zich te committeren aan een goede taalbeheersing van docenten. Binnen universiteiten is voor docenten het uitgangspunt dat zij de onderwijstaal minimaal op C1-niveau beheersen. Voor hogescholen geldt in principe ook het C1-niveau, met aandacht voor de beroepspraktijk en vaktaal. Daarnaast is er aandacht voor de beheersing van het Engels van ondersteunend personeel.”

Bij de overhandiging van het taalbeleid van de VSNU en de Vereniging Hogescholen sprak ook de minister nog een aantal woorden. Zij zag ook belangrijke uitdagingen voor meer internationalisering. “Hoe houden we een diverse international classroom in stand? We hebben een aantal moeilijke uitdagingen bij de nieuwe agenda over internationalisering. Is het bijvoorbeeld mogelijk om een verschil te maken tussen studenten die afkomstig zijn uit de Europese Unie en van daarbuiten bij de selectie van studenten?”

“Ik vind ook dat wanneer hogescholen en universiteiten kiezen voor meer internationalisering, zij ook moeten nadenken wat de gevolgen zijn voor Nederland als geheel. Ik denk ook dat het een interessante vraag is nu alle excellentieprogramma’s in het Engels zijn en hoe die worden gezien in relatie tot het Nederlandstalige onderwijs. Wordt dat straks gezien als tweederangs onderwijs, daar heb ik wel zorgen over. Want studenten die hebben gekozen voor een Nederlandstalige opleiding die hebben ook recht op het best denkbare onderwijs.”

De minister sprak ook haar zorgen uit over de zwart-wit discussie die momenteel in de politiek en de samenleving wordt gevoerd over dit onderwerp. “Als ik kijk naar de politieke discussie dan lijkt het soms of dat alles in het Engels is in het hoger onderwijs en dat klopt niet. Wat ik, maar ook de instellingen moeten doen is de discussie in perspectief plaatsen.  Hoe kunnen we meer nuance brengen in het debat? Want soms wordt het debat teruggebracht naar voor of tegen internationalisering. “


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK