Vrouwelijke wetenschappers komen minder toe aan onderzoek

Kleine verschillen in werktaken tellen op

Nieuws | door Sicco de Knecht
13 maart 2019 | Het ouderschap heeft negatieve consequenties voor toegekende onderzoekstijd van vrouwen maar niet voor mannen. Dat blijkt uit onderzoek van Ruth van Veelen en Belle Derks (Universiteit Utrecht) in opdracht van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren.

In opdracht van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren deden onderzoekers Ruth van Veelen en Belle Derks (Universiteit Utrecht) onderzoek naar de verborgen verschillen in werktaken van mannen en vrouwen in de wetenschap. Hieruit blijkt onder andere dat vrouwen minder tijd aan onderzoek besteden dan mannen, en niet dezelfde toegang hebben tot hulpbronnen zoals onderzoeksmiddelen, reisbudget of assistentie.

Minder vaste contracten voor vrouwen

In 2016 bracht het LNVH het eerste deel uit van een tweedelige serie over beloningsongelijkheid in de wetenschap. Uit het eerste rapport, over de Financiële beloning van mannen en vrouwen in de wetenschap, bleek al dat mannen gemiddeld een hogere beloning voor hetzelfde werk kregen Vrouwelijke universitair docenten (UD) verdienen €41 minder dan mannen, universitair hoofddocenten (UHD) €40 minder en onder hoogleraren is dit verschil €438 per maand. . Bovendien krijgen mannelijke wetenschappers vaker toelages.

In dit vervolgonderzoek hebben Van Veelen en Derks in meer detail gekeken naar de arbeidscontracten en de invulling hiervan. Daarvoor benaderden ze via de universiteiten, en met hulp van het LNVH, 12.000 wetenschappers waarvan er meer dan 4.000 een vragenlijst invulden (33% van de benaderde populatie) over taken, hulpbronnen en arbeidsvoorwaarden van hun werk.

“Deze steekproef vormt een mooie afspiegeling van de populatie universitair (hoofd)docenten en hoogleraren, ook wat betreft wetenschapsgebied en functie,” vertelt onderzoeker Ruth van Veelen. Ze merkt daarbij op dat het niet onbelangrijk is te vermelden dat postdocs en promovendi niet in dit onderzoek zijn meegenomen. “Het loont zeker de moeite om daar in een vervolgonderzoek aandacht aan te besteden. Je zou eventuele verschillen ook al eerder in de carrière bloot willen leggen.”

In grote lijnen hangen de uitkomsten samen met het reeds bekende beeld van de m/v-verdeling in de Nederlandse academie. Zo bekleden vrouwelijke wetenschappers minder vaak hoge functies, zijn ze jonger en korter geleden gepromoveerd en komen ze vaker uit het buitenland. Maar er zijn ook verschillen vertelt Van Veelen. “Vrouwen hebben vaker een tijdelijke aanstelling dan mannen en dit kon niet verklaard worden door het gegeven dat vrouwen gemiddeld korter geleden zijn gepromoveerd of relatief vaker in lagere functies zitten”

Nagenoeg iedereen werkt fulltime in de wetenschap

Het ligt gezien het landelijke beeld wellicht in de lijn der verwachtingen dat vrouwelijke wetenschappers vaker parttime werken Bijna drie kwart van de vrouwen met een baan werkt in deeltijd, tegenover een vijfde van de mannen. (Bron: SCP, 2016). , maar toch lijkt dit fenomeen nauwelijks op te gaan in de academie. “Wetenschappers werken nagenoeg allemaal fulltime,” vertelt Van Veelen. “Wel werken vrouwelijke wetenschappers iets vaker parttime dan mannen.” In de steekproef werkte 73% van de vrouwen fulltime, tegenover 87% van de mannen.

Een pleidooi voor cultuurverandering

De verschillen in aanstelling zijn het meest uitgesproken onder wetenschappers met kinderen. Onder wetenschappers met kinderen werkt 34% van de vrouwen parttime en 13% van de mannen Onder wetenschappers zonder kinderen is dit verschil 10% (m) versus 17% (v). . Vrouwelijke wetenschappers geven bovendien aan de tijd buiten contracturen te gebruiken om werk voor de universiteit af te maken. Daarnaast besteden zij deze tijd twee keer zo vaak aan zorg- en huishoudelijke taken.

Parttime werkende mannen rapporteren daarentegen in de overgebleven tijd een andere betaalde baan naast hun universitaire functie te hebben. Die baan levert bijna altijd direct voordelen op voor het werk al wetenschapper, bijvoorbeeld door de toegang die dit biedt op het gebied van netwerken of valorisatie.

De Motherhood penalty

De verschillen door het hebben van kinderen zetten zich ook door in de concrete invulling van de werkweek, zo blijkt. Waar vrouwen gemiddeld al minder tijd krijgen om onderzoek te doen, is dit verschil groter voor vrouwen met kinderen zo wordt gesteld in het onderzoek.

“Het ouderschap blijkt sterke negatieve consequenties voor toegekende onderzoekstijd te hebben voor vrouwen, maar niet voor mannen.” Concreet komt dit neer op de situatie dat vrouwen met kinderen op jaarbasis 87 uur (ruim 2 werkweken) minder onderzoekstijd volgens de afspraken met de universiteit dan mannen met kinderen en wetenschappers zonder kinderen.

“Er lijkt dus sprake te zijn van een zogenaamde Motherhood penalty,” stelt Van Veelen – een straf op moederschap dus. Alhoewel ze benadrukt dit effect niet specifiek te hebben onderzocht blijft het verschil volgens haar opmerkelijk. “Als je voor alle andere variabelen controleert dan heeft het feit dat een wetenschapper kinderen heeft meer consequenties voor vrouwen, en dat is opmerkelijk.”

Een veel gehoorde tegenwerping op deze verschillen is dat vrouwen niet zouden vragen om een hoger salaris of een andere invulling van het werk. Ze zouden minder onderhandelen. “Daarover hebben wij ook een aantal vragen opgenomen in de enquête en daar vinden wij geen bewijs voor,” vertelt Van Veelen. Vrouwelijke wetenschappers onderhandelen even vaak, praten over dezelfde voorwaarden en nemen even vaak – zo niet vaker – het initiatief als mannelijke wetenschappers.

Kleine verschillen tellen op

Van Veelen benadrukt dat ze niet uitgaat van een bewuste opzet of kwade wil. “Deze gevonden verschillen kunnen heel goed veroorzaakt worden door onbewuste keuzes en verhoudingen. Alleen al het type gesprek dat je voert over je inzet kan hier een rol in spelen.”

Tegelijkertijd benadrukt zij dat vele kleine verschillen uiteindelijk wel degelijk optellen. “Je kunt voor elk verschil afzonderlijk misschien concluderen dat het niet zo’n groot verschil is, maar als je alles bij elkaar optelt tikt het wel degelijk aan.” Omdat invloedrijke factoren zoals een lagere positie en het hebben van kinderen elkaar kunnen versterken volstaat de analyse volgens Van Veelen dan ook niet bij de constatering dat deze factoren meespelen. “Als je het effect verklaart dan is het verschil nog niet weg.”

Van Veelen roept instellingen dan ook op veel beter bij te houden hoe de verhoudingen liggen. “Na de publicatie van ons eerste rapport over financiële beloningen is hier al een slag op gemaakt, het zou goed zijn om dit ook te doen voor dit soort zaken. Ga maar eens na hoe mannelijke en vrouwelijke wetenschappers worden bedeeld in termen van onderwijs- en onderzoeksinzet en de hulpbronnen die ze daarvoor nodig hebben. Is deze verdeling werkelijk gelijk?”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK