Weckhuysen: een nieuwe reorganisatie NWO is niet onze bedoeling

Nieuws | de redactie
22 juni 2020 | Volgens KNAW-commissievoorzitter Bert Weckhuysen moet er meer balans komen in de wetenschapsfinanciering, maar is nooit het advies van de commissie geweest om NWO te reorganiseren. “We moeten zorgen dat er gezonde concurrentie blijft. Het mag niet zijn rust roest, maar je moet ook wel gezonde rust kunnen brengen in het systeem. Dat kun je doen door in het systeem na te denken of de balans in orde is over de eerste en tweede geldstroom," stelt Weckhuysen.

Woensdag vergadert de Tweede Kamer over het Nederlandse Wetenschapsbeleid. Daar zal onder andere gesproken worden over het advies van de KNAW-commissie onder leiding van Bert Weckhuysen (Universiteit Utrecht) ‘Evenwicht in het wetenschapssysteem’. In het advies dat begin dit jaar werd gepresenteerd, adviseert de KNAW-commissie op verzoek van de Tweede Kamer over de verdeling van onderzoeksmiddelen.

De verhouding tussen de bekostiging van strategisch en ongebonden onderzoek is naar inzicht van de commissie nu niet op orde en moet worden aangepast. Momenteel is de verhouding dat ruwweg een derde van het onderzoeksbudget wordt besteed aan ongebonden onderzoek, en twee derde aan strategisch onderzoek. Deze verhouding heeft geleid tot een te hoge druk op het wetenschapssysteem, met als gevolg doorgeslagen competitie en een hoge werkdruk onder wetenschappers.

Dit gaat verder dan een bestuurstermijn van NWO

Onlangs was Weckhuysen digitaal te gast in de Tweede Kamer tijdens een technische briefing ter voorbereiding op het Algemeen Overleg. Hij opende zijn toelichting door te stellen dat hij zich met zijn advies vooral heeft willen richten op de lange termijn. “Wetenschap heeft vaak langere horizonten dan een bestuurstermijn van NWO of een regeerperiode. Ik denk dat het veel belangrijker is dat wij een stip op de horizon zetten en vooruitdenken.”

Een voorbeeld van het denken in langere lijnen is het voorstel van de commissie om te werken met zogenaamde ‘rolling grants’. Deze vorm van doorlopende financiering zou moeten komen uit een apart eerste geldstroomfonds waar onderzoekers continu aanspraak op kunnen maken. Wetenschappers zouden zich hiermee tijdelijk kunnen ‘vrijkopen’ van onderwijs, zo stelde Weckhuysen eerder in NRC.

“Je zou een goede onderzoeksgroep op elk moment moeten kunnen ondersteunen op het niveau van de eerste geldstroom. In Duitsland en Zwitserland bijvoorbeeld heb je een duidelijke waardering voor de universitaire basis”, zei Weckhuysen tegen de Kamerleden. In haar reactie op het advies laat minister Ingrid van Engelshoven (OCW) blijken in de basis positief te staan tegenover dit idee.

In gesprek met de Kamerleden benadrukte de commissievoorzitter waarom deze vorm van financiering hem zo aan het hart gaat. “In onze interviews zat niet alleen maar de pijn bij de jonge onderzoekers. Die zit ook bij de gevestigde onderzoekers.” Onderzoekers die aan het begin van hun carrière een wetenschappelijke doorbraak op hun naam weten te zetten kunnen er nooit van verzekerd zijn hun hele loopbaan van doorbraak naar doorbraak te lopen, zo werkt wetenschap immers niet. “Dat noemen wij het post-vici syndroom.”

Is de universiteit nog wel een interessante werkgever?

Volgens Weckhuysen is het huidige wetenschapsbeleid toegerust om succesvolle onderzoekers in een vroege fase te selecteren, maar is er te weinig aandacht over de fase daarna. “Wanneer er nieuwe mensen instromen in de wetenschap moet er ook nagedacht worden over wat zij moeten gaan doen als zij in vaste dienst zijn. We moeten het ook hebben over talentontwikkeling en loopbaanbeleid.”

“In onze interviews zat niet alleen maar de pijn bij de jonge onderzoekers. Die zit ook bij de gevestigde onderzoekers.”
Bert Weckhuysen

“Is de universiteit of de academische instelling nog wel een interessante werkgever voor toekomstig talent en hoe kunnen we dat dan behouden?” Het huidige systeem van onderzoeksfinanciering is te veel gericht op projectmatige bekostiging, waarvoor de honoreringskans doorgaans laag is. “In alle gesprekken die ik gevoerd heb, blijkt dat onderzoekers vaak in de war zijn. Ze zijn vaak ontmoedigd door de ‘projectificering’.”

Voor jonge onderzoekers die niet goed terug kunnen vallen op een netwerk is dit extra lastig. “Zij springen van de ene naar het andere project en proberen op deze manier als een soort zzp-er binnen het universitaire bestel de eindjes aan elkaar te knopen.” En hoewel het budget van NWO de afgelopen jaren is toegenomen, heeft dit er niet toe geleid dat de honoreringspercentages zijn gestegen. “Het NWO-budget is toegenomen de afgelopen jaren, maar dan kun je nog altijd op een heel laag honoreringspercentage uitkomen. Het NWO-budget houdt geen tred met het aantal onderzoekers in het systeem.”

Het zorgt voor ondernemende wetenschappers

De commissie wijst voor deze schaarste met name naar de eerste geldstroom, die onder andere onder druk staat door toenemende studentenaantallen en het feit dat aanvragen uit de tweede geldstroom vaak gematcht moeten worden vanuit de eerste geldstroom. Weckhuysen: “Het eerstegeldstroom onderzoek is geheel opgedroogd, wat ervoor heeft gezorgd dat alle wetenschappers beursaanvragen moeten doen.”

“Dat heeft een positieve component,” ziet Weckhuysen, “het zorgt ervoor dat je ondernemend bent.” Maar het heeft ook iets negatiefs, “eigenlijk zijn mensen meer bezig met het aanvragen van middelen voor onderzoek, dan met het doen van onderzoek. Dat is geen gewenste situatie.”

"Eigenlijk zijn mensen meer bezig met het aanvragen van middelen voor onderzoek, dan met het doen van onderzoek."
Bert Weckhuysen

Uit eigen ervaring weet de commissievoorzitter dat er in het huidige wetenschapssysteem heel veel tijd verspild wordt. “We verspillen heel veel tijd en geld aan niet-primaire processen. Ik schrijf met heel veel plezier aan onderzoeksaanvragen, dat leidt tot veel inspiratie, maar als er heel weinig aanvragen worden goedgekeurd dan is het eigenlijk het recyclen van ideeën, dat is niet goed.”

Moet er geen geld weg bij NWO?

Om dit evenwicht te herstellen moet de verdeling tussen de pijlers voor vrij en gebonden onderzoek anders, zo stelt de commissievoorzitter. “De commissie pleit er niet voor dat de ene of de andere pijler weg moet. Ik denk dat het rapport doordesemd is van het feit dat beide pijlers een belang hebben voor de ontwikkeling van de wetenschap.”

“Maar omdat de verschillende geldstromen met elkaar verbonden zijn, is er op dit moment een ongelooflijke druk op het systeem, het schuurt en kraakt. Dat betekent dat het eigenlijk geen gezond systeem meer is. Dit zorgt voor burn-out en jonge mensen die zeggen: het hoeft voor mij niet meer. Ik denk dat dit systeem heeft geleid tot overdreven competitie die uiteindelijk samenwerking in de weg staat.”

Een voor de hand liggende optie om de eerste geldstroom aan te vullen is om geld weg te halen bij de tweede geldstroom. Kamerlid Harry van der Molen (CDA) vroeg zich dan ook af of het niet verstandiger is om het geld voor vrij onderzoek via de universiteiten te verdelen. “U kiest er toch voor om ook voor het ongebonden onderzoek NWO te gebruiken. Wij hebben net een discussie gehad waarbij gezegd werd dat het beter is om de middelen aan NWO te onttrekken en om die aan de universiteiten te geven.”

Van der Molen doelt hiermee op de aanbeveling van de commissie Van Rijn om € 100 miljoen over te hevelen van NWO naar de universiteiten. In haar reactie op het advies van de commissie Weckhuysen wijst ook minister Van Engelshoven op deze overheveling waarvan inmiddels €60 miljoen is gerealiseerd. “Er resteert nog een eventuele overheveling van €40 miljoen, maar ik ben het met de KNAW-commissie eens dat een verdere verschuiving van middelen vanuit de 2e geldstroom naar de 1e geldstroom nauwelijks meer ruimte zal creëren voor het onderzoek bij de universiteiten.”

De competitieve verdeling van middelen voor ongebonden onderzoek via NWO wil Weckhuysen juist behouden. “We moeten zorgen dat er gezonde concurrentie blijft. Het mag niet zijn rust roest, maar je moet ook wel gezonde rust kunnen brengen in het systeem. Dat kun je doen door in het systeem na te denken of de balans in orde is over de eerste en tweede geldstroom. Ook binnen de universiteit.”

Het is een schijndiscussie

Dennis Wiersma van de VVD was toch wat kritisch op het onderscheid dat de KNAW-commissie maakt tussen ongebonden en strategisch onderzoek. “Ik heb het beeld dat maar een beperkt aandeel onderzoek écht ongebonden onderzoek is en een beperkt aandeel écht strategisch. Voor mij is het onderscheid sterk voor discussie vatbaar.” Ook trok Wiersma de stelling in twijfel dat herstel van het evenwicht absoluut nodig is. “Als beide pijlers niet even groot zijn, zijn ze niet per definitie uit evenwicht.”

Volgens Weckhuysen ontstaan er inderdaad al snel misverstanden over dergelijke begrippen. “De vraag is: verstaan we onder elk begrip wel hetzelfde?” Hij lichtte toe wat de ordening is die de KNAW-commissie zelf gebruikt. “Ongebonden onderzoek is vanuit de interesse en het idee van de wetenschapper zelf. Het leidt tot wetenschappelijke ontdekkingen en radicale doorbraken en innovaties.”

“Als beide pijlers niet even groot zijn, zijn ze niet per definitie uit evenwicht.”
Dennis Wiersma (VVD)

Ongebonden onderzoek staat volgens Weckhuysen niet lijnrecht tegenover de pijler van strategisch onderzoek. “Strategisch onderzoek probeert onderzoek met elkaar te verbinden. Daarbij worden achtergronden en verschillende expertises gedeeld. Dat betekent dat er afspraken worden gemaakt in de vorm van consortia. De discussie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek is vaak ook een schijndiscussie”, voegde hij eraan toe.

Geen herstructurering NWO

Met de bovenstaande definitie in het achterhoofd is de commissievoorzitter samen met Stan Gielen, de voorzitter van NWO, nauwgezet door de begroting van NWO gelopen, zo vertelde hij de Kamer. “We hebben met deze definitie geprobeerd om door alle programma’s van NWO te gaan.”

In reactie op het KNAW-advies geeft minister Van Engelshoven aan NWO voortaan te laten rapporteren over de verhouding tussen ongebonden en strategische elementen in hun programma’s. “NWO kan de verdeling van de programma’s gedurende het jaar en over de jaren heen monitoren en jaarlijks vermelden in het jaarverslag.” Weckhuysen kon in ieder geval al een eerste inzicht geven op basis van zijn exercitie met Gielen: “Daaruit blijkt dat momenteel een derde voor ongebonden onderzoek is en twee derde voor strategisch onderzoek.”

Weckhuysen reageerde in het verlengde hiervan alvast kort op het advies van de minister waarin zij afraadt om NWO te hervormen en in te delen in twee pijlers. Volgens de commissievoorzitter is dit namelijk helemaal niet het voorstel. “Het rapport is niet bedoeld om een reorganisatie binnen NWO te realiseren. Ik zag dat ook in de reactie van de minister op het rapport. Dat is nooit onze bedoeling geweest.”

Iedereen probeert je te beïnvloeden

Hoe de verhouding dan wel moet zijn, is een vraag waar ook de commissie geen eenduidig antwoord op heeft gevonden in haar brede raadpleging. “We hebben vele gesprekken gevoerd en iedereen probeert je dan te beïnvloeden. Als ik praat met VNO-NCW zeggen zij dat 10% van het budget voor ongebonden onderzoek bestemd moet zijn en 90% voor strategisch onderzoek. Als ik praat met sommige mensen in de academische wereld zeggen die direct: doe maar 100% voor fundamenteel.”

Hoe hij dan toch tot het breed gecommuniceerde advies is gekomen om beide pijlers gelijk te trekken – kosten geschat op €1 miljard – lichtte Weckhuysen kort toe bij de Kamerleden. “Na lang debat en vele gesprekken hebben we ervoor gekozen om ongeveer voor 50/50 te gaan. We hebben daarbij ook gekeken naar andere landen en systemen.”

Het is volgens Weckhuysen vooral belangrijk om de poot voor ongebonden onderzoek te versterken. “Wij pleiten er niet voor om de strategische component af te bouwen, maar om ervoor te zorgen dat we jaar in jaar uit die ongebonden component versterken. Er is een grote behoefte aan het versterken van de universitaire basis. Als wij dit willen doen, dan moeten er meer onderzoeksmiddelen zijn binnen de universitaire muren.”

Additionele middelen zijn nodig

In reactie op het advies laat minister Van Engelshoven weten de argumentatie van de commissie niet heel overtuigend te vinden. Ze bestrijdt de inschatting van een 1:2 verdeling tussen ongebonden en strategisch onderzoek niet, maar wijst wel op een andere uitspraak in hetzelfde advies: “De KNAW-commissie concludeert echter ook dat de wetenschappelijke output van een land niet is gekoppeld aan de hoeveelheid middelen die naar ongebonden- of strategisch onderzoek gaan. Daarmee zegt zij feitelijk dat een verhouding 1:2 geen probleem hoeft te zijn.”

Over het algemeen toonde de Kamer zich gematigd enthousiast over het advies van de commissie Weckhuysen. Kirsten van den Hul van de PvdA was onder de streep vooral benieuwd hoe de werkdruk en aanvraagdruk verlaagd kunnen worden in de wetenschap. Weckhuysen herhaalde in antwoord hierop zijn eerdere stelling: “Nieuw additioneel geld is nodig om de balans en het talentbeleid vorm te geven. Ik ben geen voorstander om een paar tientallen miljoentjes te schuiven van A naar B.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK