Eerstegeneratiestudenten hebben ongelijke startpositie

Interview | door Toske Andreoli
30 juli 2020 | Als je de eerste in de familie bent die studeert, dan is het anders navigeren door het hoger onderwijslandschap dan voor medestudenten van wie de ouders wel hebben gestudeerd. Liza Diane Gordin onderzocht deze groep in Limburg voor haar bachelorscriptie, en werd genomineerd voor de Hoger Onderwijs Scriptieprijs van LSVb en ScienceGuide. De ouders van deze studenten blijken lagere verwachtingen van hen te hebben, en ze durven minder te vragen. “Je staat twee stappen achter”.
University College Maastricht – Foto: Universiteit Maastricht

Dat Liza Diane Gordin zelf ook eerstegeneratiestudent is, ontdekte ze pas toen ze er onderzoek naar ging doen. “Ik was me er niet zo van bewust, het stond niet zo in de spotlights.” De keuze voor het onderwerp kwam dus niet voort uit eigen ervaring. “Ik had een boek gelezen over hoe je onderwijs inclusiever kunt maken, Lifelong Kindergarten. Ik mailde de Diversity Office of we samen konden kijken of de concepten en methodologieën van het boek toegepast konden worden in een nieuw programma voor scholieren in de regio. Ik kreeg al gauw een mailtje terug dat ze nog een onderzoeksassistent zochten voor de First Generation Taskforce. Toen ik eenmaal mijn onderzoek deed, herkende ik wel veel dingen.”

Gordin studeerde aan de University College van Universiteit Maastricht, en combineerde het bijbaantje van onderzoeksassistent uiteindelijk met haar afstuderen. “Ik zou eerst middelbare schoolleerlingen interviewen en focusgroepen analyseren, maar na drie maanden was dat nog steeds niet gelukt: alle scholen zeiden nee, omdat ze het te druk hadden. Toen kwam ik bij mijn scriptiebegeleider Trudie Schils terecht. Zij is onderwijseconoom en kon putten uit een enorme dataset uit jaarlijkse vragenlijsten van de Educatieve Agenda Limburg.”

Lagere verwachtingen

In Limburg zijn relatief veel eerstegeneratiestudenten. “Dat moet je in de context zien. In Limburg is het hele idee van verder leren voor veel mensen nog niet zo lang een optie. Ik keek naar de voormalige mijnenstreek: daar zijn de laatste mijnen pas dertig jaar geleden gesloten. En de Maastricht University is betrekkelijk nieuw.”

Het werd dus toch geen kwalitatief, maar een kwantitatief onderzoek. “Er was nog niet veel geanalyseerd op het gebied van eerstegeneratiestudenten. Ik keek bij leerlingen van de havo en het vwo naar het opleidingsniveau van de vader en de moeder, en naar de verwachtingen van de ouders over het hoogst haalbare opleidingsniveau. Daarna vergeleek ik de verwachtingen van ouders die niet hadden gestudeerd met ouders die wel hadden gestudeerd. En ik keek naar sociaal kapitaal: help je je kind met huiswerk, met de studiekeuze, dat soort vragen.”

De verwachting van ouders die zelf niet hadden gestudeerd bleek lager te liggen dan bij ouders die wel hadden gestudeerd. “Daarbij kun je je afvragen: hoe gaat dat dan thuis, hoe merken hun kinderen dat? Ga je dan als vwo-leerling naar de universiteit, of eerst naar het hbo, om uiteindelijk misschien toch nog aan de universiteit te belanden? Je wilt natuurlijk dat studenten meteen op de juiste plek zitten, op hun niveau, waar ze worden uitgedaagd.”

Bij sociaal kapitaal bleek dat ouders die niet hadden gestudeerd minder vaak helpen met school en studie. “Eerstegeneratieleerlingen bleken het ook vaak niet te laten zien in de klas als ze iets niet begrepen, maar de leerlingen van ouders die hebben gestudeerd wel. Dan staan eerstegeneratiestudenten dus al twee stappen achter: ze krijgen zowel thuis als in de klas minder hulp als ze iets niet begrijpen.”

Je moet het zelf uitzoeken

Gordin herkende steeds meer onderwerpen uit haar eigen school- en studententijd. “De studiekeuze was heel moeilijk voor mij, mijn ouders wisten daar niets van, en ik zat in België op school, waar veel minder ondersteuning bij de studiekeuze is. We werden een keer naar een hal met standjes van universiteiten en hogescholen gestuurd, en verder moesten we het zelf uitzoeken. Er werden geen gesprekken met je gevoerd of begeleiding gegeven. Ik ben helemaal niet naar open dagen geweest, omdat ik niemand had om mee te gaan.”

“En ik was minder voorbereid in mijn eerste jaar, en dat merk je vooral bij het navigeren door het onderwijs. Bij University College moet je heel veel kiezen, en ik zag bij andere studenten wel dat hun ouders daarin sparring partners waren. Ik heb dat heel zelfstandig moeten doen.”

Steeds meer aandacht

In de literatuur waren nauwelijks Nederlandse voorbeelden te vinden. “In de VS en het VK zijn eerstegeneratiestudenten een hot topic, waarschijnlijk omdat de kansenongelijkheid en de klassemaatschappij daar een grotere rol speelt. Maar vergis je niet: dit speelt ook in Nederland. In Amsterdam en Rotterdam is er meer aandacht voor dan in andere delen van het land.”

Het onderwerp mag in Nederland dan nog in de kinderschoenen staan, Gordin merkte dat haar onderzoek aansloeg en veel aandacht genereerde. “Ik heb er de aanmoedigingsprijs van de Vereniging Limburg voor gekregen, en veel beleidsmakers en scholen zijn geïnteresseerd.”

Niets willen weten van DUO

In de scriptie doet Gordin dan ook enkele aanbevelingen om te voorkomen dat eerstegeneratieleerlingen onder hun niveau gaan studeren of niet gaan studeren. En om het thuis voelen in het hoger onderwijs te bevorderen, omdat dit een factor kan zijn in uitval van eerstegeneratiestudenten. “Het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs zou meer kunnen samenwerken om deze leerlingen te begeleiden bij de studiekeuze. Bijvoorbeeld door in het laatste schooljaar een leerling te koppelen aan een eerstegeneratiestudent, met wie ze naar open dagen kunnen gaan. En het informeren van ouders zou ook een hele goede stap zijn. Vaak weten ze bijvoorbeeld niet over de voorwaarden van lenen bij DUO, en willen ze er daarom niets van weten.”

Het hoger onderwijs zelf zou ook betere begeleiding op kunnen zetten door bijvoorbeeld pre-academic courses in augustus aan te bieden. “Zoiets bestaat al in Amsterdam. Daar kunnen de studenten alles leren over het onderwijssysteem, de geschreven en ongeschreven regels, en hebben ze al contact met de instelling, in plaats van dat ze in september meteen in een aula met 300 anderen belanden.”

Iets om trots op te zijn

“Uit onderzoek in Engeland bleek dat eerstegeneratiestudenten aan topuniversiteiten twee werelden ervaren, die ze niet aan elkaar kunnen voorstellen. Dat merk ik zelf ook: mijn ouders vinden het heel leuk dat ik ben genomineerd en een prijs heb gewonnen, maar ze begrijpen niet wat ik precies gedaan heb.”

“Door dit onderzoek ben ik meer gaan benoemen dat ik eerstegeneratiestudent ben, terwijl ik dat voorheen nooit deed. Het is vaak een beetje met schaamte omgeven, terwijl het iets is om te vieren. Ik ben heel trots dat ik de eerste in mijn familie ben die studeert, en dat mag best uitgesproken worden. En niet iedereen heeft extra begeleiding nodig, maar het is wel goed als er voorzieningen zijn.”

Gordin is niet meteen een master gaan doen, maar is momenteel met haar tweede stage bezig bij non-profit organisaties in Berlijn. “De scriptie heeft mijn toekomstbeeld heel erg beïnvloed. Ik wilde eerst een psychologiemaster doen, maar na de scriptie wilde ik verder met kansengelijkheid en hoe onderzoek beleid kan beïnvloeden. Hoe kun je statistiek omzetten in programma’s? Bij de organisaties waar ik nu stage loop worden allerlei interventies ontwikkeld, op het gebied van interculturele uitwisseling, of hoe je stedelijke ontwikkeling inclusief kan maken. Zo probeer ik mijn niche te vinden, en doe ik eigenlijk aan niet-formeel onderwijs. Studeren kan altijd nog.”


De Hoger Onderwijs Scriptieprijs wordt dit najaar uitgereikt. Lees hier meer over de andere genomineerden.

Liza Diane Gordin

Toske Andreoli : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK