Wat is praktijkgericht onderzoek?

Opinie | door Jac Christis
2 juni 2022 | Moeten hbo studenten praktijkgericht onderzoek kunnen uitvoeren of is dat alleen besteed aan lectoren? Volgens Jac Christis, voormalig lector bij de Hanzehogeschool Groningen en voormalig Universitair Hoofddocent bij de Radboud Universiteit, is dat debat gebaseerd op een aantal misverstanden.
Beeld: Monstera

Voeren hbo studenten wel of niet praktijkgericht onderzoek uit?

In ScienceGuide wordt een discussie gevoerd over de vraag of professionals en hbo-studenten die zich op een professionele loopbaan voorbereiden over onderzoekend of over ontwerpend vermogen moeten beschikken. Volgens Munneke en Andriessen hoeven hbo-studenten geen praktijkgericht onderzoek uit te voeren: “Praktijkgericht onderzoek is niet iets wat wij van studenten verwachten, zeker niet in de bachelor fase. Praktijkgericht onderzoek heeft dan ook wat ons betreft geen plaats in de structuur van het curriculum als het gaat om het uitvoeren van beroepstaken met bijbehorende beroepsproducten.” Daarnaast zijn zij echter van mening dat studenten wel over onderzoekend vermogen moeten beschikken. Niet omdat ze onderzoek doen, maar omdat ze beroepsproducten maken. “In onze publicaties proberen we juist steeds een helder onderscheid te maken tussen enerzijds het praktijkgerichte onderzoek dat door lectoraten wordt gedaan en anderzijds het onderzoekend vermogen van professionals.”

Blom, van der Sijde en Struik stellen daarentegen op ScienceGuide dat studenten wel degelijk praktijkgericht onderzoek uitvoeren en dat studenten hiervoor niet alleen over onderzoekend, maar ook over ontwerpend vermogen moeten beschikken. Volgens de ene partij voeren hbo studenten dus geen praktijkgericht onderzoek uit, maar moeten ze wel over onderzoekende vermogens beschikken. En volgens de andere partij voeren hbo studenten wel degelijk praktijkgericht onderzoek uit en hebben ze daarvoor niet alleen onderzoekende, maar ook ontwerpende vermogens nodig.

Deze discussie lijkt mij niet verhelderend voor hbo-opleidingen die een leerlijn onderzoeksmethodologie in hun curriculum hebben: bij welke van beide partijen moeten ze nu aansluiten? Aan deze discussie lijken een aantal misverstanden ten grondslag te liggen: over wat praktijkgericht en ontwerpgericht onderzoek is, over wat professionals doen en over welke vaardigheden of vermogens ze daarvoor nodig hebben.

Twee soorten praktijkgericht onderzoek

De discussie ontstaat, ten eerste, door het feit dat de twee partijen van mening verschillen over wat praktijkgericht onderzoek is. Dat probleem kun je oplossen door, in navolging van o.a. Stokes (1997), een onderscheid te maken tussen twee vormen van praktijkgericht onderzoek: praktijkgericht fundamenteel onderzoek in het kader van de empirische cyclus en toegepast onderzoek in het kader van de interventiecyclus. Het eerste is gericht op het ontwikkelen van nieuwe generieke kennis over problemen, oorzaken en oplossingen en behoort tot het domein van de onderzoeker (en van lectoraten). En het tweede is gericht op het toepassen van deze generieke kennis op specifieke probleemgevallen – wat zijn in dit geval de problemen, oorzaken en oplossingen – en behoort tot het domein van de professional (zie Christis, Smit 2018; Christis 2021a).

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Lectoraten voeren inderdaad praktijkgericht fundamenteel onderzoek uit – anders krijgen ze immers geen SIA-RAAK subsidie. Hbo-studenten en professionals voeren daarnaast toegepast onderzoek uit in het kader van de interventiecyclus. Dit betekent echter dat studenten ook moeten beschikken over de methodologische kennis en vaardigheden die vereist zijn voor het uitvoeren van toegepast onderzoek. Met andere woorden, ze moeten weten wat de designs zijn van achtereenvolgens diagnostisch, ontwerpgericht, implementatie en evaluatieonderzoek. Interveniëren is namelijk meer dan alleen ontwerpen (zie uitvoerig Christis 2020, Hoofdstuk 5). Daarnaast moeten ze weten hoe ze binnen elk van die designs gegevens kunnen verzamelen en analyseren om causale conclusies te kunnen trekken over wat in dit geval de oorzaken van ongewenste en gewenste gevolgen zijn.

Beide partijen hebben dus gedeeltelijk gelijk. Ja, studenten en professionals voeren toegepast onderzoek in het kader van de interventiecyclus uit. En ja, dat is iets totaal anders dan het praktijkgericht fundamenteel onderzoek dat bijvoorbeeld lectoraten doen. Toegepast onderzoek start met een case specifieke vraag en eindigt met een case specifiek antwoord. En praktijkgericht fundamenteel onderzoek start met een generieke vraag en eindigt met een generiek antwoord. Vandaar dat er zulke grote verschillen bestaan tussen de designs van praktijkgericht fundamenteel en toegepast onderzoek (Christis 2020; 2021 a).

Wat is ontwerpgericht onderzoek?

Ten tweede ontstaat de discussie doordat beide partijen iets anders verstaan onder wat ontwerpgericht onderzoek is. Voor Van Aken en Andriessen (2011) betekent ontwerpgericht onderzoek het ontwikkelen van generieke oplossingen voor generieke problemen. Die oplossingen hebben de vorm van design proposities of ontwerpstellingen: wat gaat waarom en in welke context werken? Dit wordt ook wel het CIMO-model genoemd: Context Interventie Mechanisme Outcome-model. Dit type onderzoek behoort, zoals we gezien hebben, niet tot het domein van de professional, maar van de onderzoeker. Zoals aan de design propositie te zien is, gaat het hier om verklarend onderzoek: ontwerpers ontwerpen nieuwe verklaringen. Echter, je kunt praktijkgericht fundamenteel onderzoek niet reduceren tot ontwerpgericht onderzoek. Alle toegepaste wetenschappen, praktijkwetenschappen of kundes houden zich ook bezig met onderzoek naar generieke oorzaken van generieke problemen. Kennis van die oorzaken is vaak vereist voor het bepalen van de richting van de oplossingen. Je kunt bijvoorbeeld geen vaccin tegen corona ontwikkelen als je niet weet wat de oorzaak van corona is.

Verdiep je eerst in de problemen voordat je oplossingen gaat ontwerpen. Zo voorkom je ‘jumping to solutions.’

De professional voert toegepast onderzoek uit in het kader van de interventiecyclus. Daarin komen we ontwerpgericht onderzoek tegen in de tweede betekenis van het woord: het ontwerpen van case specifieke oplossingen voor case specifieke problemen: wat is in dit geval de beste oplossing? Ook hier is ontwerpen hetzelfde als verklaren; je bent op zoek naar case specifieke oorzaken van gewenste gevolgen. Die oorzaken zijn de middelen die je gebruikt om problemen op te lossen of doelen te bereiken. Ook het toegepaste onderzoek van professionals kun je niet reduceren tot toegepast ontwerpgericht onderzoek. Je hebt weinig aan professionals die niet weten hoe ze moeten onderzoeken wat in dit geval het probleem precies is en wat daar de oorzaken van zijn (diagnostisch onderzoek), welke aanvullende maatregelen vervolgens nodig zijn om van de invoering van de oplossing een succes te maken  (implementatie onderzoek) en waarom hun oplossing ten slotte wel of geen succes heeft gehad (evaluatie onderzoek). Dat is overigens ook de boodschap van design thinking. Verdiep je eerst in de problemen voordat je oplossingen gaat ontwerpen. Zo voorkom je ‘jumping to solutions.’

Tussenconclusies

Praktijkgericht onderzoek kan twee vormen aannemen, praktijkgericht fundamenteel en toegepast onderzoek. Ontwerpgericht onderzoek kan dus ook twee vormen aannemen, gericht op generieke oplossingen en gericht op case specifieke oplossingen. Tot slot, net zoals je praktijkgericht fundamenteel onderzoek niet kunt reduceren tot generiek ontwerpgericht onderzoek, zo kun je toegepast onderzoek niet reduceren tot case specifiek ontwerpgericht onderzoek.

Wat doen professionals?

Professionals zijn mensen die over de specialistische kennis en vaardigheden beschikken die vereist zijn voor het analyseren en oplossen van problemen van individuele casussen zoals personen, gezinnen, klassen, organisaties, wijken of regio’s. Die specialistische kennis wordt ook wel de ‘body of knowledge’ of BOK van het desbetreffende vakgebied genoemd.

In deze definitie ligt de nadruk op het specialistisch karakter van de vereiste inhoudelijke en methodologische kennis. Professionals claimen dat je voor bepaalde problemen bij hen moet zijn omdat zij daar verstand van hebben. Tot die kennisclaims behoren: “To diagnose, to infer, and to treat. Theoretically, these are the three acts of professional practice. The sequence of diagnosis, inference, and treatment embodies the essential cultural logic of professional practice”, (Abbott, 1988:  40).

Je herkent in deze ‘culturele logica’ van alle professionals de interventiecyclus: diagnoses stellen, oplossingen ontwerpen, implementeren en evalueren. Professionals verwerven die kennis in een beroepsopleiding en passen die kennis in hun beroepspraktijk toe op specifieke gevallen. Voor de uitoefening van sommige beroepen heb je een universitaire opleiding nodig – bijvoorbeeld als je arts, advocaat of accountant wil worden. Bovendien kan dit van land tot land verschillen. Zo zijn in Finland alle lerarenopleidingen – ook die voor het basisonderwijs – universitaire opleidingen.

Bestaan er ontwerpende beroepen?

Professionals ontwerpen oplossingen en soms nemen die oplossingen de vorm van fysieke dingen aan. Ingenieurs ontwerpen machines, bruggen en elektrische auto’s, industrieel ontwerpers maken daar mooie bruggen en mooie auto’s van, modeontwerpers ontwerpen mooie kleren en architecten ontwerpen mooie gebouwen. Dit worden vaak de ontwerpende beroepen genoemd en sommige daarvan, zoals industrieel ontwerpen, hebben dat ook in hun titel staan.

Voor dat onderzoek naar de feiten hebben professionals onderzoeksvaardigheden nodig.

Het is echter een misverstand om te denken dat je alleen voor deze beroepen ontwerpende en creatieve vermogens nodig hebt. Industrieel ontwerpen behoort niet tot de creatieve, maar tot de kunstzinnige beroepen. Maatschappelijk werkers ontwerpen een behandelplan voor een probleemgezin, (wijk)verpleegkundigen ontwerpen een behandelplan voor patiënten en in de technische beroepen ontwerp je technische artefacten. Het is onzin om te zeggen dat je voor het ontwerpen van een behandelplan niet over ontwerpende en creatieve vermogens moet beschikken en voor het ontwerpen van een technisch artefact wel. Daarom kunnen niet alleen industrieel ontwerpers, maar alle professionals gebruik maken van de creatieve technieken van design thinking.

Professionals interveniëren

Professionals interveniëren om zo case specifieke problemen te analyseren en oplossingen te ontwerpen en implementeren. Ze doen dat, ten eerste, in de stappen van de interventiecyclus om zo ‘jumping to solutions’ te voorkomen. Ze doen dat, ten tweede, op basis van onderzoek naar de feiten in plaats van op basis van aannames. En ze doen dat, ten derde, zo veel mogelijk samen met stakeholders en betrokkenen, omdat ze waardendiscussies voeren met stakeholders over problemen en doelen, omdat ze bij het zoeken naar de feiten mede aangewezen zijn op de lokale kennis en expertise van de betrokkenen en omdat ze op deze manier het draagvlak voor hun analyses en oplossingen vergroten (zie uitvoerig Christis 2020, Hoofdstuk 3).

De onderzoekscomponent

Professionals baseren zich bij hun interventies zo veel mogelijk op de feiten, die door middel van onderzoek boven tafel komen. Ze vervangen zo aannames over problemen, oorzaken en oplossingen door feiten over problemen, oorzaken en oplossingen. Dit is de enige zinnige betekenis die ik kan geven aan het begrip onderzoekende houding: vervang aannames door feiten. Voor dat onderzoek naar de feiten hebben professionals onderzoeksvaardigheden nodig. Beschikken ze daarover, dan kunnen ze ook bestaand onderzoek beoordelen en gebruiken.

De interventiecyclus bevat dus een onderzoekscomponent: de professional moet thuis zijn in de designs van diagnostisch, ontwerpgericht, implementatie en evaluatie onderzoek. De professional moet ook gegevens verzamelen en analyseren om conclusies te kunnen trekken over problemen, oorzaken, oplossingen en implementaties. Deze onderzoekscomponent kan klein of groot zijn. Onder de taken van een docent valt onder meer het voorbereiden (ontwerpen) van de lessen van de volgende dag. Dat behoort tot de normale professionele praktijk van de docent. Op dit type onderzoek kun je natuurlijk niet afstuderen. Daarvoor is de onderzoekscomponent van deze activiteit te klein.

Echter, diezelfde docent kan ontevreden zijn over de wijze waarop de lessen verlopen. De docent wil dan zijn of haar onderwijs (de eigen beroepspraktijk) verbeteren of vernieuwen. De docent gaat dan de gegevens verzamelen die nodig zijn om de volgende vragen te kunnen beantwoorden: wat zijn de problemen die ik in mijn klas tegenkom, wat zijn daarvan de oorzaken, wat zijn daarvoor de beste oplossingen, hoe moet ik die oplossingen implementeren en hoe evalueer ik de bereikte resultaten? De docent voert in dit geval toegepast onderzoek in het kader van de interventiecyclus uit.

De jurist maakt een juridische diagnose en ontwerpt een juridische oplossing.

Daarvoor gaat de docent eerst kijken in de BOK, op zoek naar een theorie of benadering om die vervolgens te gaan toepassen (theoretische verantwoording van het onderzoek). De docent komt dan bijvoorbeeld twee benaderingen tegen en moet daaruit kiezen: de benadering van de vaardigheden van de 21e eeuw en de benadering van Kirschner e.a. (2019); Wijze lessen: Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. De docent herformuleert het probleem in termen van de gekozen theoretische benadering om zo problemen, oorzaken en oplossingen te identificeren.

Ontwerpen en veranderen

Professionals moeten beschikken over onderzoeksvaardigheden die hen in staat stellen op zoek te gaan naar de feiten. Daarnaast moeten ze natuurlijk beschikken over inhoudelijke kennis over problemen, oorzaken en oplossingen van hun specialisme. Onderwijskundige problemen en oplossingen verschillen nu eenmaal van die uit de bedrijfskunde of geneeskunde. Een succesvolle interventie vereist echter meer dan alleen inhoudelijke en onderzoeksvaardigheden. Professionals moeten ook hun interventiestrategie kunnen afstemmen op de specifieke kenmerken van hun cliëntsysteem.

Zo maakt de arts een medische diagnose en ontwerpt een medisch behandelplan, bijvoorbeeld een medicijnenkuur. Echter, wanneer de patiënt dement is, zijn aanvullende maatregelen nodig om van de oplossing een succes te maken; anders gaat de patiënt vergeten diens medicijnen in te nemen. Voor de medische diagnose en behandelplan is het irrelevant dat de patiënt dement is. Voor het succes van de behandeling is het echter uitermate relevant. In de geneeskunde heet dit dan ook ‘treatment efficacy’: “Just as the diagnostic system removes the human properties of the client to produce a diagnosed case, so also the treatment system must reintroduce these properties to make treatment effective for real clients, human or corporate” (Abbott 1988: 46).

Hetzelfde geldt voor de jurist. Die maakt een juridische diagnose en ontwerpt een juridische oplossing; schikken of procederen. Vervolgens moet de jurist opnieuw en vanuit een niet-juridisch perspectief naar het cliëntsysteem kijken met de vraag: kan de client dit financieel en/of emotioneel aan? Tot slot, economen ontwerpen oplossingen voor het gebrek aan fiscale capaciteit van de Europese Monetaire Unie. Vervolgens kijken ze naar de politieke haalbaarheid van die oplossingen; economisch juiste oplossingen zijn niet automatisch ook politiek haalbaar. In die zin kun je zeggen dat professionals over zowel ontwerpkundige als over veranderkundige kennis en vaardigheden moeten beschikken. Interveniëren is dus meer dan alleen ontwerpen: professionals moeten ook kunnen veranderen.

Conclusies

Professionals voeren toegepast onderzoek in het kader van de interventiecyclus uit. Dat onderzoek start met een case specifieke vraag en eindigt met een case specifiek antwoord. Dat is iets totaal anders dan praktijkgericht fundamenteel onderzoek, want dat start met een generieke vraag en eindigt met een generiek antwoord.

Toegepast onderzoek kun je niet reduceren tot ontwerpgericht onderzoek en in alle fasen van het toegepast onderzoek zijn professionals op zoek naar oorzaken van ongewenste en gewenste gevolgen.

Om succesvol te kunnen interveniëren dienen professionals over drie soorten kennis en vaardigheden te beschikken. Allereerst over inhoudelijke kennis en vaardigheden: ze moeten verstand hebben van de problematiek. Echter, ze moeten ook over veranderkundige kennis en vaardigheden beschikken, want ze moeten rekening kunnen houden met het verandervermogen en de veranderbereidheid van het cliëntsysteem. Tot slot zijn onderzoeksmethodologische kennis en vaardigheden vereist. Professionals moeten aannames vervangen door feiten en weten hoe je die feiten door onderzoek boven tafel kunt krijgen.


Bronnen

Abbott, A. (1988) The system of professions. Chicago: University of Chicago Press.

Aken, J. van, D. Andriessen (red.) (2011) Handboek ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek. Den Haag: Boom Lemma.

Blom, N., N. van der Sijde, M. Struik (2021) Onderzoekend vermogen is ontwerpend vermogen. Pleidooi voor een nieuwe focus. Science Guide.

Blom, N., N. van der Sijde, M. Struik (2022) Ontwerpend vermogen als focus voor de hbo’er. Science Guide.

Christis, J., A. J. Smit (2018) Misverstanden over praktijkgericht onderzoek. Onderwijsinnovatie, maart 2017. (klik hier).

Christis, J. (2020) Methodologie van praktijkgericht onderzoek. Groningen: Hanzehogeschool. https://www.hanze.nl/assets/instituut-voor-bedrijfskunde/Documents/Public/HANZE-20_0585%20Bundel%20Jac%20Christis_LR.pdf

Christis, J. (2021a) Praktijkgericht onderzoek als methodologisch probleem. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, jrg. 39(2), 59-74.

Christis, J. (2021b) Praktijkgericht onderzoek: de voortzetting van een oude discussie. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, jrg. 39(3/4), 77-94

Munneke, L., D. Andriessen (2021) Onderzoekend vermogen is niét ontwerpend vermogen. https://nl.linkedin.com/in/lisette-munneke?trk=pulse-article_main-author-card

Stokes, D. (1997) Pasteur’s Quadrant: Basic Science and Technological Innovation. Washington, D.C.: Brookings Institution Press.

Jac Christis : 

Voormalig lector Arbeidsorganisatie en -productiviteit bij de Hanzehogeschool en voormalig Universitair Hoofddocent bij de Radboud Universiteit.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK