‘Internationalisering gaat in wezen over diversiteit’

Interview | door Michiel Bakker
12 juli 2022 | Wie een kind internationale competenties wil aanleren, moet het leren om diversiteit te omarmen. Dáár gaat internationalisering over, aldus Robert Coelen, scheidend lector bij NHL Stenden. Hij pleit ervoor internationalisering als diversiteit te zien en diversiteit te begrijpen als iets dat verder gaat dan inclusie; het is evengoed instrumenteel. “Diversiteit en inclusie betreffen vaak zichtbare eigenschappen zoals huidskleur en gender. Je moet mensen echter, ook in termen van diversiteit, op hun merites beoordelen.”
Robert Coelen bij de VGTU

Hij werkte lange tijd als moleculair viroloog, begon in die hoedanigheid promovendi in de natuurwetenschappen te superviseren en was daarna jarenlang verantwoordelijk voor het werven van internationale studenten bij verschillende Australische universiteiten tot de Universiteit Leiden hem naar Nederland haalde. Uiteindelijk werd hij lector Internationalisation of Higher Education bij NHL Stenden. Onlangs nam Robert Coelen officieel afscheid in die functie, hoewel het superviseren van promovendi hem te lief is om ook daarmee te stoppen. Wel begraaft hij bij zijn afscheid als lector het onderwerp van zijn lectoraat. Internationalisering staat niet op zich, is zijn boodschap. 

Internationalisering voor het gehele onderwijs 

Zo’n zes jaar geleden zette Coelen een center for internationalisation of education op, een samenwerking tussen NHL Stenden en de RUG-campus in Friesland. Coelen kreeg de toezegging dat er plaats zou zijn voor promovendi en ging aan de slag met de werving. Daarbij bleek al snel dat alle kandidaten uit de praktijk van het internationaliseren zelf kwamen, waardoor hun onderzoek sterk door de praktijk is geïnspireerd. 

Die achtergrond werkt mee in het succes dat de promovendi boeken, denkt de trotse Coelen. “We hebben tot nu toe honderd procent succes met manuscripten die we aanbieden voor publicatie. Dat komt mede doordat onze werknemers uit het werkveld komen en zodoende de relevante problemen kennen. De redacteurs van de tijdschriften waarin wij publiceren komen vaak ook uit dat veld en zijn bekend met de problemen, dus zij zien meteen de waarde van dat onderzoek. Het is wetenschap van het hoogste niveau én heel sterk geïnspireerd door de praktijk.” 



Dat die praktijk niet alleen het hoger onderwijs betreft, is een bewuste keuze, vertelt Coelen. “Ik heb dat center heel bewust op ‘onderwijs’ toegespitst, niet alleen op het hoger onderwijs. Dat heeft te maken met mijn opvatting dat je met internationalisering moet beginnen als iemand heel jong is, hoewel het dan nog geen internationalisering heet. Als internationalisering alleen in het hoger onderwijs plaatsvindt, noem ik dat ‘the great repair action’; dan is het te laat.” 

‘Internationalisering’ hoort onder ‘diversiteit’ 

Begrijpen waarom internationalisering al van jongs af aan een rol moet spelen kan lastig zijn, beseft Coelen. “We zijn in Friesland bezig met het opzetten van een doorlopende leerlijn ‘internationalisering’. Die term is prima voor nu, maar als ik bij veertig basisscholen de website bekijk, vind ik daar geen woord over internationaliseren. Je kunt dat dus beter onder een andere noemer doen, en met recht. Wat moet een kleine basisschool in Dokkum met internationalisering doen?”  

Die vraag lijkt wellicht retorisch – totdat Coelen uitlegt dat die retoriek veel te smal is. Internationalisering gaat in wezen over diversiteit, luidt zijn stelling. “Rond het jaar 2000 ontwikkelden onderzoekers van de RUG een Multicultural Personality Questionnaire (MPQ) waarin vijf karaktereigenschappen worden gemeten: culturele empathie, ruimdenkendheid, sociaal initiatief, emotionele stabiliteit en flexibiliteit. Die MPQ is voorspellend voor intercultureel gedrag. Als ik ‘intercultureel’ zeg, denkt men meteen aan nationaliteit en etniciteit. Lees je vervolgens hoe bijvoorbeeld Geert Hofstede ‘cultuur’ definieert, dan staat daar niets in over nationaliteit en etniciteit. Een cultuur kan ook een bedrijfscultuur zijn, een gendercultuur, een religieuze cultuur, enzovoorts.” 

Zo gaat de karaktereigenschap ‘culturele empathie’ in de MPQ vrijwel alleen over empathie en amper over cultuur. Bij de andere vier dimensies komt cultuur helemaal niet ter sprake. “Het resultaat van de MPQ zou je dus kunnen toepassen op het omgaan met welke vorm van diversiteit dan ook. Ik denk daarom dat de MPQ kan voorspellen in hoeverre iemand goed kan omgaan met anderen; je zou de MPQ ook voor het voorspellen van een omgang met generieke diversiteit kunnen gebruiken.” 

Hetzelfde geldt voor een andere goed gewaardeerde toets in het veld, de Cultural Intelligence Questionnaire, vertelt Coelen. “Als je die twee toetsen langs de lat legt, kunnen ze voldoen voor iedere vorm van diversiteit. Dat is de basis van mijn argument om ‘internationalisering’ als ‘diversiteit’ te presenteren.” 

Multidisciplinaire samenwerking 

Terug naar het onderwijs. Wie in het basisonderwijs leert om diversiteit te omarmen, kan dat in het hoger onderwijs doortrekken naar multidisciplinair samenwerken, aldus Coelen. Hoe vertaalt dat zich naar internationalisering? “Simpel. Als ik twintig jaar oude studenten in ons extracurriculaire honors-programma bij NHL Stenden multidisciplinair laat samenwerken bij het oplossen van een probleem uit de praktijk, hoor je hun verbazing over het feit dat er zo veel verschillende perspectieven zijn. Ook in de werkplek zullen ze ervaren hoe handig het is als er mensen met allerlei verschillende perspectieven en professionele achtergronden meedenken bij één probleem. Daar breng je de mensen bij elkaar die je nodig hebt, en dat is iets dat we in het onderwijs moeten aanleren.” 

Dat kan heel eenvoudig zijn. “Neem een internationale klas met business-studenten. Die laat ik een businessplan schrijven voor zakendoen op de Chinese markt. Weet je wie dan ineens heel populair zijn? De Chinese studenten in de klas.” 

Diversiteit heeft instrumentele waarde 

Leren diversiteit te omarmen heeft dus niet alleen een Bildungs-functie, benadrukt Coelen. “Dat doet het tekort. Je moet simpelweg leren omgaan met andere nationaliteiten. Een onderzoeker uit Poznan heeft bijvoorbeeld laten zien dat een internationale samenwerking in de wetenschap een twee tot negen keer grotere kans op publicatie geeft, afhankelijk van het wetenschapsgebied. Het maakt je werk dus beter.” 

Dat is niet het enige voorbeeld. “In 2013 hebben Uzzi en kompanen in een artikel in Science, na een analyse van achttien miljoen artikelen, aangetoond dat highly cited articles diep geworteld zijn in een bepaalde discipline en zijn geschreven door een team van onderzoekers met een ‘buitenstaander’ erin.” In de wetenschap zal men die laatste karakteristiek wellicht als multi- of interdisciplinariteit aanduiden, maar het gaat Coelen om de wortel daarvan: het omarmen van diversiteit. 

Leer kinderen dat ze diversiteit kunnen benutten 

Het instrumentele gebruik van diversiteit, geïllustreerd met bovenstaande voorbeelden, heeft gevolgen voor het begrip van diversiteit. Wie dat te veel in termen van inclusie benadert, doet het tekort, vindt Coelen. “We willen meer vrouwen aan de top,” zegt Coelen, “maar waarom? Niet vanuit medelijden, neem ik aan. Laat iemand eens uitspreken dat vrouwen vaak een andere benadering van zaken hebben, dat ze daarom nodig zijn aan de top. Diversiteit en inclusie betreffen vaak zichtbare eigenschappen zoals huidskleur en gender. Je moet mensen echter, ook in termen van diversiteit, op hun merites beoordelen. Als je benadering van diversiteit niet verder gaat dan het aankruisen van hokjes en het berekenen van percentages, vind ik dat armoedig.” 

Daar ligt dan ook de opdracht voor het gehele onderwijs, te beginnen bij jonge kinderen: diversiteit is niet alleen belangrijk, het voegt ook waarde toe. “Het principe dat iemand die anders is juist andere kwaliteiten en mogelijkheden met zich meebrengt is heel eenvoudig, maar het wordt vaak niet expliciet gemaakt. Neem de Black Lives Matter-beweging. Als je in antwoord daarop gaat doceren over racisme, gaat dat het ene oor in en het andere oor uit. Je kunt beter bedenken hoe je kinderen leert dat raciale diversiteit juist iets is dat ze kunnen benutten.” 

Juist het instrumentele gebruik van diversiteit kan mensen die in eerste instantie weinig voor diversiteit voelen toch over de streep trekken. Coelen begeleidt een promovendus die een enquête ontwikkelde waarin een generieke en een taakrelevante waardering van diversiteit van elkaar worden onderscheiden. “Mensen die in eerste instantie weinig voelen voor het werken met een diversiteit aan anderen kunnen over de streep worden getrokken als het ineens taakrelevant is. Dan ontdekken ze hoeveel mogelijkheden dat geeft.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK