‘Waardevolle perspectieven verlaten de wetenschap’

Nieuws | door Janneke Adema
11 juli 2022 | Door de verziekte werkcultuur op universiteiten verlaten jonge academici de wetenschap. Vanwege angst voor hun carrière spreken weinigen van hen zich uit. In de podcast ‘Het Redelijke Midden’ bespreken Annelot Prins, Dennis Jansen en Ilse Lazaroms de constante strijd om misstanden aan te kaarten op de universiteit.
Beeld: Cup of Couple

Lazaroms schoof in de aflevering ‘Klassenstrijd op de universiteit’ aan naar aanleiding van haar essay ‘Niets persoonlijks’. Daarin vertelt ze hoe het is om als alleenstaande moeder aan de universiteit te werken. “Ik loop al heel lang rond met het idee dat ik hier iets over wil zeggen. Ik ben inmiddels bijna twintig jaar wetenschapper; ik heb veel gereisd en veel meegemaakt.” Met haar essay wil Lazaroms de structurele problemen van de werkcultuur op de universiteit duiden en kenbaar maken. “Daarnaast werk ik in genderstudies, waar het aankaarten van misstanden en onrecht een enorme drijfveer is, met de ironie dat je dat liever niet op je eigen universiteit toepast.” 

Waardevolle perspectieven verlaten de wetenschap 

Een belangrijke factor die bijdraagt aan de verziekte werkcultuur is de beperkte hoeveelheid beschikbare posities voor academici. “Deze banen zijn zo schaars geworden”, vertelt Lazaroms. “Er zijn veel meer promovendi dan banen. De hoop is natuurlijk dat je, als je het maar goed genoeg doet – genoeg extra taken aanneemt, zoals coördinatietaken of extra publiceren – dat je, als je al je vrije tijd eraan opoffert, je misschien een mogelijkheid krijgt op een vaste baan. Er zijn zo veel mensen die dat willen, voor jou twintig anderen, dat je geen ‘nee’ meer mag zeggen.” 



Dat is volgens Lazaroms is dat een reden waarom academici zich te weinig uitspreken over misstanden aan de universiteit. “Het is beangstigend dat je eigenlijk niet meer mag zeggen en denken wat je wil, uit angst dat je een baan, die je toch al niet hebt, nooit zal krijgen.” Zo bedreigt de werkcultuur op de universiteiten de academische vrijheid. “Mensen met hele waardevolle perspectieven verlaten de wetenschap. Het zijn namelijk bepaalde mensen die de wetenschap verlaten; diegene die wel goed zitten zijn vaak gevestigde mannelijke professoren of mensen zonder zorgtaken, disabilities of kwetsbaarheden. Wat blijft er over? Een heel beperkt lichaam van wetenschap.” 

Excuus 

Actiegroep 0.7 probeert de werkcultuur te verbeteren. Jansen is daar openlijk bij aangesloten, maar niet alle leden durven daarvoor uit te komen. “Ik ben één van de vier openbare leden; mensen die met naam en toenaam geciteerd worden als lid zijnde van 0.7”, vertelt hij. “Onze leden worden geïntimideerd omdat ze zich openlijk uitspreken. Daarom zijn zo veel leden anoniem; het is ontzettend hachelijk om je uit te spreken. Ze zijn bang dat een collega of een leidinggevende ziet dat ze zogenaamde ‘radicale ideeën’ hebben, zoals betaald worden voor het werk dat ze doen.” 

De naam van de actiegroep is een verwijzing naar de contracten van 0,7 fte die tijdelijke docenten krijgen aan de Universiteit Utrecht. “Het probleem is dat dat een onderwijscontract is”, vertelt Jansen. “Door veel overwerk, doordat onderwijs veel meer tijd in beslag neemt dan je van tevoren denkt, is 0,7 fte in de praktijk vaak een fulltimebaan. Maar je wordt niet fulltime betaald.” Dat ligt volgens Jansen aan het algemene beleid in Nederland. “Aan Nederlandse universiteiten is het beleid dat ze alleen vaste contracten geven aan mensen die zowel onderwijs geven als onderzoek doen. Dat is hun excuus om te zeggen, ‘al die tijdelijke contracten zijn puur onderwijscontracten, en daar betalen we dan maximaal 0,7 fte voor’.”  

Prins vertelt uit ervaring dat het lastig is om het gesprek over misstanden en hervormingen op de universiteit te voeren. Sommige academici vinden de universiteit niet de juiste plaats om het over gedragsregels en ongelijkheid te hebben. “Die constante strijd voer je toch meestal met oudere, witte mannen. Ik merk – zeker bij mensen van kleur en vrouwen – dat dit een reden is om er niet meer te willen werken. Omdat je doodmoe wordt van je constant uitleggen en omdat je constant in de minderheid bent, je je niet op je plek voelt en er geen ruimte is voor je zorgtaken.” 

Teleurgesteld in cao 

Er zijn een aantal vakbonden die docenten in het hoger onderwijs vertegenwoordigen, legt Jansen uit. “De AOb (Algemene Onderwijsbond) heeft inmiddels een hotline voor contractinflatie opgesteld. Bij contractinflatie ga je dingen doen aan de universiteit die volgens jouw contract helemaal niet mogen. Bijvoorbeeld, tijdelijke docenten gaan cursussen coördineren, waar ze een syllabus bepalen. Echter, heel veel tijdelijke docenten hebben nog geen PhD; die mogen helemaal geen cursussen coördineren en daar worden ze niet voor betaald.” 

Tijdens de recente cao-onderhandelingen protesteerde 0.7 tegen de flexcultuur op universiteiten. “Tijdelijke contracten voor structureel werk is illegaal”, verklaart Jansen. Hij verwijst naar de rechtszaken van Marijn Scholte en Arnout van Ree tegen respectievelijk de Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden. Jansen is teleurgesteld dat er ondanks de demonstraties alleen is afgesproken dat er een studie naar de omvang van het probleem komt. 

Lurven 

Met meer stakingen hoopt Jansen dat wel te bereiken. In april deden negen departementen van de UvA mee aan een zogenaamde ‘nakijk-staking’, waar docenten wel doorgingen met lesgeven maar weigerden om na te kijken wat hun studenten inleverden. Vanwege de grote impact voor de studenten en de rest van de universiteit, veranderde de UvA haar contractbeleid; tijdelijke contracten kunnen nu ook fulltime zijn en duren standaard vier jaar. Jansen merkt dat andere universiteiten daardoor ook meer over hun beleid zijn gaan nadenken. “We hebben ze bij de lurven.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK