Rechter buigt zich over wettigheid tijdelijke contracten docenten

Nieuws | de redactie
6 juli 2022 | Worden docenten bij universiteiten ten onrechte tewerkgesteld op basis van tijdelijke contracten? Ja, vinden Marijn Scholte, oud-docent van de Universiteit Utrecht, en velen met hem. Nee, vindt de Universiteit Utrecht. Vandaag troffen de partijen elkaar in het Utrechtse gerechtshof.
foto: Ekatarina Bolovtsova

Marijn Scholte, voormalig docent Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen bij de UU, spande de zaak aan omdat hij na twee tijdelijke contracten van één en drie jaar geen nieuw contract kreeg aangeboden. Vanwege de regelgeving zou Scholte bij de derde verlenging een vast contract moeten krijgen, iets wat de Universiteit Utrecht niet wilde geven. Daarmee kent de zaak enige vergelijkingen met de zaak die Arnout van Ree aanspande tegen de Universiteit Leiden, hoewel het daar om een eenzijdige aanpassing van de einddatum van het contract ging.  

UU wil altijd koppeling onderwijs en onderzoek 

Omdat het personeelsbeleid van de UU vertrekt vanuit het standpunt dat onderwijzend academisch personeel ook onderzoek moet doen, krijgen tijdelijke docenten, die meestal geen of heel weinig ruimte hebben voor onderzoek, geen contract voor onbepaalde duur aangeboden. Naar eigen zeggen wil de UU slechts tijdelijke contracten uitdelen om fluctuaties in bijvoorbeeld de studentenaantallen op te vangen.  

De striktheid waarmee die lijn wordt vastgehouden verschilt overigens per faculteit. Zo werken bij de rechtenopleidingen van de UU veel docenten met een vaste aanstelling voor voornamelijk onderwijs.  

Europese regelgeving stelt vast contract als norm 

Scholte en actiegroepen zoals 0.7 en Casual Academy verdedigen de opvatting dat structureel werk gepaard moet gaan met vaste contracten. Als een deel van het onderwijs bij herhaling en langdurig door docenten met tijdelijke contracten wordt verzorgd, voeren zij klaarblijkelijk structureel werk uit. In een lang bericht op LinkedIn onderstreept Scholte dat met zijn eigen situatie als voorbeeld: nadat zijn contract niet werd verlengd, zette de UU twee vacatures uit voor het werk dat hij tot kort daarvoor uitvoerde. Het werk verdween dus niet; hij, goede beoordelingen ten spijt, wel. 

Het juridische geschil tussen Scholte en de UU draait echter niet om principes. Twan Kersten, de raadsheer die Scholte bijstaat, legde eerder aan leden van Casual Leiden uit dat de handelswijze van veel universiteiten waarschijnlijk ingaat tegen Europese wet- en regelgeving. Bij tijdelijke docenten maken universiteiten vaak gebruik van de zogeheten ‘draaideurregeling’; zij nemen een werknemer voor maximaal drie keer een jaar aan, houden ze vervolgens zes maanden buiten dienst en nemen ze daarna opnieuw aanop jaarbasis. Bij de derde verlenging van een tijdelijk contract gaat dat automatisch over op een contract voor onbepaalde duur, iets dat universiteiten bij docenten zonder onderzoeksaanstelling om verschillende redenen willen voorkomen.  

De Europese wet- en regelgeving stelt echter dat een contract voor onbepaalde tijd de norm is; het afwijken van die norm mag alleen als dat wordt vereist door de intrinsieke bedrijfsvoering, citeerde Kersten. Bij het herhaaldelijk geven van tijdelijke contracten moet het om werkelijk bijzondere omstandigheden gaan – iets wat niet opgaat voor het geven van onderwijs aan een universiteit, stelde hij. “Het gaat hier niet om de intrinsieke bedrijfsvoering, het gaat hier om beleid.” Zo is in de tweede tijdelijke aanstelling van Scholte niet vastgelegd dat het ging om een positie die de schommelingen in studentenaantallen moest opvangen. 

Permanent werk op tijdelijke contracten 

Scholte en Kersten ontkennen niet dat het de UU vrijstaat om eigen beleidsmatige keuzes te maken binnen de cao en afspraken met sociale partners. Die cao geeft bijvoorbeeld de ruimte om docenten herhaaldelijk en achtereenvolgens tijdelijke contracten te geven, maar alleen “als de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering deze verlenging voor bepaalde tijd vereist. In de media kan dat bijvoorbeeld acteurs betreffen, in de wetenschap gaat het om bijvoorbeeld postdocs.” Deze eis gaat veel verder dan een vraag om motivatie waarom schommelingen in de studentenaantallen dit soort contracten nodig maken. “Die schommelingen betreffen niet de aard van de bedrijfsvoering”, betoogde Kersten.  



Kortom, een universiteit mag permanent werk niet op basis van tijdelijke contracten laten uitvoeren. Dat het bij de kwestie van Scholte om permanent werk gaat, lijdt volgens Kersten geen twijfel. “Dat na afloop van de contractduur van drie jaar meteen een nieuwe vacature wordt uitgezet om een nieuwe tijdelijke docent in plaats van de huidige aan te nemen, toont aan dat er geen sprake is van tijdelijke behoefte aan extra onderwijspersoneel. Die behoefte is structureel.” 

Het permanente van het werk dat Scholte verrichtte wordt ook aangetoond door de onderwijspraktijk van een aantal vakken waarin hij lesgaf. Zo gaf hij gedurende vier jaar werkcolleges bij een verplicht vak dat zo’n tweehonderd studenten volgden. Door roostertechnische redenen kon een docent slechts twee van de acht werkcolleges geven, waardoor er naast de verantwoordelijke UD een terugkerend beroep op minimaal drie docenten met tijdelijke aanstellingen moest worden gedaan.  

‘Tijdelijke docenten zijn nodig’ 

In een reactie laat de Universiteit Utrecht weten te betreuren dat het tot een rechtszaak is gekomen. Daarnaast legt de universiteit opnieuw uit wat haar standpunt is. “Vaste functies zijn aan de UU voorbehouden aan medewerkers die onderwijs en onderzoek combineren en voldoen aan daaraan gestelde kwalificatievereisten. Dit staat in de Regeling WP FLOW III. Dit is een uitwerking van de cao NU die in overeenstemming met het Lokaal Overleg – waarin de vakbonden zijn vertegenwoordigd – is vastgesteld.” 

Bij de faculteit Sociale Wetenschappen, waar Scholte werkzaam was, is sprake van forse fluctuaties in de instroom van studenten, schrijft de universiteit. “Om dat te kunnen accommoderen, moet de formatie tijdelijk kunnen worden op- en afgeschaald. Met een volledig vaste staf zouden opleidingen bij dalende instroom al snel in reorganisatie komen. De rijksbekostiging wordt immers in belangrijke mate bepaald door de aantallen ingeschreven studenten en gerealiseerde diploma’s.” 

Dat de faculteit voor haar onderzoek in hoge mate afhankelijk is van externe projectfinanciering vergemakkelijkt de zaak niet. UD’s of UHD’s die een beurs krijgen, hebben daardoor tijdelijk minder tijd voor onderwijs. “Om deze reden zijn tijdelijke docenten nodig. We willen deze categorie collega’s goed behandelen, maar zullen hen helaas zeker niet allemaal een vast contract zullen kunnen bieden. We hebben dit bij de rechter toegelicht. Nu wachten we de uitspraak af”, laat de UU weten.  

Overigens is bij de jongste cao-onderhandelingen afgesproken dat universiteiten en werknemersorganisaties zullen onderzoeken hoe het aantal tijdelijke contracten kan worden teruggebracht. 

Werknemersorganisaties hopen op duwtje in de rug 

Als de uitspraak, die rond 3 augustus wordt verwacht, in het voordeel van Scholte is, geeft dat een mooiduwtje in de rug aan partijen die zich inspannen om het aantal vaste contracten in de academie omhoog te krijgen, zegt FNV-voorman Jan Boersma tegen ScienceGuide. “Ik zie dit in eerste instantie als een zaak die puur tussen Marijn Scholte en de UU speelt, maar ik verwacht dat het steeds ingewikkelder zal worden om docenten geen vaste contracten aan te bieden.” 

Boersma heeft daarnaast moeite met de verdedigingslijn op basis van de WP FLOW III. “Dat is overeengekomen, dat klopt, maar in het Lokale Overleg met de universiteit heb ikzelf al meerdere keren gezegd dat deze praktijk, waarbij docenten geen vaste contracten krijgen, echt van tafel moet. Dat het onderzoek via de docent met het onderwijs in bijvoorbeeld een werkgroep verweven moet zijn, vind ik geen sterk verhaal. De praktijk van alledag is dat deze docenten zonder onderzoeksaanstelling gewoon structureel worden ingezet in het onderwijs. Het idee van de UU is niet te verwerkelijken.” 

Vroeger werd het vasthouden aan de koppeling tussen onderwijs en onderzoek vaak beargumenteerd door te wijzen op het noodzakelijke onderscheid tussen hbo en wo. “Met de lectoraten en het Professional Doctorate in het hbo kun je dat niet meer volhouden.” Daarnaast vindt Boersma dat het mogelijk moet zijn om als docent carrière te maken. “Waarom kun je niet, net als in het voortgezet onderwijs, voltijds docent zijn als je scherp blijft op je vakgebied en dat inbrengt in je onderwijs? Dat zijn fake discussies. Je kunt als docent prima in vaste dienst zijn.” 

De rechter moet nog een uitspraak doen, dus Boersma wil de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is. Daarnaast is er binnen de cao al veel mogelijk, zegt hij. Zo staat daarin dat een docent de ruimte moet krijgen voor onderwijsgebonden onderzoek. “Als we hier een duwtje in de rug krijgen, zullen we heel blij zijn.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK