Taaleis in vacature is discriminatie

Nieuws | de redactie
19 juli 2022 | De Haagse Hogeschool heeft onterecht een indirect onderscheid gemaakt op basis van ras. Zo oordeelt het College voor de Rechten van de Mens nadat twee hogeschooldocenten een klacht indienden. Door een strenge taaleis te stellen benadeelde de instelling onterecht mensen met een niet-Nederlandse achtergrond.
Beeld: OSeveno (Wikimedia)

De docenten stapten naar het College naar aanleiding van discriminatie een interne vacature. De vacature betrof een positie voor een hogeschooldocent bij de opleiding International Public Management (IPM) van de Haagse Hogeschool. Deze opleiding wordt in het Engels gegeven en is nauw verbonden met de Nederlandstalige opleiding Bestuurskunde/Overheidsmanagement (BO); beide studies vallen onder dezelfde opleidingsmanager. 

In de vacature stond dat de sollicitant een uitstekende beheersing van het Engels en het Nederlands moest hebben, ondanks dat de voertaal Engels is. Volgens de docenten krijgen mensen met een Nederlandse achtergrond zo een voorkeursbehandeling omdat mensen met een andere achtergrond de Nederlandse taal vaak niet uitstekend beheersen, zoals in de vacature stond. De twee hebben eerst intern hun ongenoegen geuit en een gesprek gehad met de ombudsman. Toen de bemiddeling niet slaagde stapten ze naar het College. 

Samenwerking 

De Haagse Hogeschool stelt zelf dat de docenten niet ontvankelijk zijn in hun verzoek. Nadat de docenten intern hadden geklaagd, stuurde de organisatie extra informatie over de vacature rond. In het bericht werd uitgelegd dat er ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor kandidaten; als de beheersing van het Engels of Nederlands nog niet goed genoeg was, zouden er afspraken gemaakt kunnen worden. De verzoekers besloten uiteindelijk niet te solliciteren, waardoor ze, volgens de Haagse Hogeschool geen persoonlijk nadeel ondervonden. 



Daarnaast was het volgens de hbo-instelling noodzakelijk voor de nieuwe docent om zowel het Engels als het Nederlands goed te beheersen, vanwege de samenwerking tussen beide opleidingen IPM en BO. Om op het gebied van curriculumontwikkeling volwaardig samen te kunnen werken met de Nederlandse opleiding zou de beheersing van de Nederlandse taal noodzakelijk zijn. 

Begrijpelijk 

Het College ging echter niet mee in het verweer van de instelling. In de vacature stond namelijk een vrij strenge formulering van de taaleis; de sollicitant moest een ‘uitstekende communicatieve vaardigheid in beide talen’ hebben. Het is volgens het College daarom begrijpelijk dat de docenten de conclusie trokken niet aan de eisen van de functie te voldoen. Dat de hogeschool daarna via e-mail een ontwikkelingsperspectief bood, maakte geen verschil, aangezien zij nog steeds vroeg om een bepaald taalvaardigheidsniveau. 

Daarnaast is het volgens het oordeel niet bewezen dat de taaleis noodzakelijk is voor de functie. Alleen wanneer het gaat om een noodzakelijke eis, mag een werkgever een indirect onderscheid op het gebied van ras maken. De instelling verklaarde dat een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal noodzakelijk was voor de functie, vanwege de nauwe samenwerking met de Nederlandse opleiding. Het College ging hier echter niet in mee. 

Sprake van discriminatie 

Het stellen van een taaleis is niet een direct onderscheid op het gebied van ras. Er bestaat volgens het College echter wel een verband tussen iemands afkomst en de taal die die persoon spreekt. Een taaleis maakt dit onderscheid daarom wel indirect. De hogeschool wist bovendien niet aan te tonen dat de taaleis noodzakelijk was voor de functie. Het College concludeert daarom dat er sprake was van discriminatie. 

Uit een recent rapport van Nuffic blijkt dat het aantal internationale studenten in het schooljaar 2021-2022 met ruim twaalf procent toenam ten opzichte van 2020-2021. Ruim zestig procent van de universitaire opleidingen in Nederland is uitsluitend nog in het Engels te volgen. 


Update 25 juli: 

Kamerlid Roelof Bisschop (SGP) heeft Kamervragen gesteld naar aanleiding van de uitspraak van het College. Volgens hem is het volstrekt legitiem voor een Nederlandse hoger onderwijsinstelling om een uitstekende Nederlandse taalbeheersing te vragen. Bisschop is daarnaast bang dat er een cultuur ontstaat waarin instellingen moeten beknibbelen op de Nederlandse taal en worden opgezadeld met extra administratie omdat ze per functie aan zouden moeten tonen of de gevraagde vaardigheden wel echt noodzakelijk zijn. Daarnaast wijst de SGP’er erop dat het excelleren in de Nederlandse taal als kwaliteitskenmerk wordt gezien. Hij vraagt daarom aan minister Dijkgraaf of hij in gesprek wil gaan met de sectororganisaties. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK