‘Universiteiten dreigen horigen van tech-bedrijven te worden’

Nieuws | de redactie
5 juli 2022 | De opkomst van Big Tech-bedrijven met een platformfunctie bedreigt het wezen van de universiteit, waarschuwen UvA-rector Karen Maex en beleidsadviseur Matthias Bakker. Hoger onderwijsinstellingen nemen steeds meer diensten bij deze bedrijven af, waardoor ze steeds afhankelijker zijn van één aanbieder die puur commerciële doelen heeft. In antwoord op die dreiging pleiten de Maex en Bakker voor wetgeving, het bouwen van publieke infrastructuren en samenwerking bij inkoop en regulering.
Beeld: Stanislav Kondratiev

Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw is de rol van universiteitsbibliotheken aan erosie onderhevig. Waar men vroeger nog publicaties in bezit had, die als papieren bundels op de planken stonden, moeten universiteitsbibliotheken nu gebruikslicenties kopen voor publicaties die de universiteit zelf heeft voortgebracht. Zodoende hebben uitgevers een sleutelpositie als het gaat om de toegang tot kennis, schrijven Karen Maex, rector van de Universiteit van Amsterdam, en Matthias Bakker, senior beleidsadviseur bij de UvA, in een bijdrage aan een bundel over de universiteit als de vijfde macht.  

Juist die grote uitgevers hebben hun focus op het beschikbaar maken van kennis steeds meer verwisseld met een focus op data-analyses. Daarmee hebben ze intussen meer te verkopen dan tijdschriften en tekstboeken, aldus de auteurs. Met hun research assessment systems, productivity tools en online learning management systems bieden ze diensten aan over de gehele breedte van de universiteit. 

Platform-bedrijven draaien op data 

Bedrijven die zich voornamelijk met het analyseren en verkopen van data bezighouden zijn zogeheten platform-bedrijven. Die verzamelen automatisch enorme hoeveelheden data van hun gebruikers, verkopen die door aan derden, laten er algoritmes op los en gebruiken dat alles om gepersonaliseerde diensten en advertenties aan te bieden (José van Dijck et al.).  

De diensten van deze bedrijven sluiten daarnaast op elkaar aan, waardoor het aantrekkelijk wordt om meer diensten bij hetzelfde bedrijf af te nemen; denk maar aan de vele diensten die beschikbaar zijn met een account bij Google. “Veel onderzoekers gebruiken Google Scholar om hun h-index te vinden, Google Docs om samen te werken en Google Dataset Search om onderzoeksdata op te sporen”, geven Maex en Bakker als voorbeeld. “In de Nederlandse context is Microsoft een grote speler die aan bijna alle universiteiten Microsoft Office en tools voor samenwerken en video-overleg levert.”  

Universiteiten lopen risico ingesloten te raken 

Als gevolg hiervan raken universiteiten ongemerkt hun bewegingsvrijheid kwijt, waarschuwen de auteurs. Gezien de cijfers van Nederlandse hoger onderwijsinstellingen lijkt dat geen greep in de lucht. In 2016 was nog 43 procent van de gebruikte applicaties in eigen beheer. In 2020 was dat gedaald naar 13 procent. Wordt daarbij bedacht dat veel applicaties van één aanbieder voor de beste onderlinge afstemming zorgen, dan ontstaat het beeld van een hoger onderwijsinstelling die vooral diensten van één bedrijf afneemt en daardoor moeilijk van aanbieder kan wisselen. 



“Doorgaan op deze weg zal universiteiten in vendor of user lock-ins doen belanden”, schrijven de auteurs daarom. “Universiteiten lopen het risico om opgesloten, gemarginaliseerd en tot horigen gemaakt te worden in platforms die alleen winst als oogmerk hebben.” 

Overigens maken niet alleen universiteiten zich daarover zorgen. Met het collaborative trust framework proberen EdTech-bedrijven en hoger onderwijsinstellingen gezamenlijk te voorkomen dat de publieke instellingen te afhankelijk worden van tech-bedrijven. 

Onderzoek, onderwijs en valorisatie door universiteiten wordt beïnvloed 

Die verregaande afhankelijkheid leidt ertoe dat deze platform-bedrijven het onderwijs, het onderzoek en de valorisatie van kennis bij hoger onderwijsinstellingen beïnvloeden, waarschuwen Maex en Bakker. Zo hebben grote uitgevers niet alleen de research information systems in handen, waarin onderzoekers hun onderzoeksuitkomsten registeren, maar eveneens de tijdschriften waarin deze onderzoekers publiceren. Daarnaast bieden ze research information services aan die bijvoorbeeld voorspellen welke onderzoeksgebieden veelbelovend zijn of waarschijnlijk in aanmerking komen voor subsidie.  

Ook op het gebied van onderwijs zijn er talloze diensten af te nemen. Student support applications adviseren studentenover hun studielast, studiekeuze, studievoortgang en studiepad. Teaching applications helpen bij het personaliseren van het onderwijs.  

Een ‘Digital University Act 

Wat kunnen universiteiten doen om deze dreigingen van de platformisering te neutraliseren? Maex en Bakker dragen drie mogelijke oplossing aan: wetgeving, het bouwen van een publieke infrastructuur en het gezamenlijk inkopen en reguleren van diensten. 

In het kader van wetgeving wijzen de auteurs bijvoorbeeld op de wetten over databeheer en kunstmatige intelligentie die door de Europese Commissie zijn geïnitieerd. Hoewel deze wetten bepaalde problemen lijken aan te pakken, blijft het domein van de universiteiten buiten hun schot. Daarom zou er een ‘Digital University Act’ moeten komen die zorgt voor publieke controle over onderzoeksresultaten, data van platform-bedrijven beschikbaar maakt voor onderzoekers, ervoor zorgt dat data goed tussen verschillende systemen kan worden getransfereerd en ervoor zorgt dat de authenticatie en accreditatie in het hoger onderwijs onder publieke controle blijft.  

Bouw publieke infrastructuren 

Een tweede oplossing zien de auteurs in het bouwen van een publieke infrastructuur die het uitwijken naar commerciële bedrijven overbodig maakt. Zo zijn universiteiten al bezig met open platforms voor tijdschriften en werkt de UvA aan een publicatieplatform voor onderzoeksresultaten. Daarnaast pleiten Maex en Bakker voor een open, publieke infrastructuur voor de metadata onder onderzoeksresultaten. Nu zijn zowel die metadata als de diensten die deze data beschikbaar maken onder controle van commerciële partijen, wat voor oligopolie zorgt.  

Ook de mogelijkheid om data in een vroege fase van een onderzoek te delen moet publiek worden aangeboden, vinden de auteurs. Als voorbeeld van een nieuw publiek ecosysteem noemen ze de Research Data Exchange. Met die dienst, die wordt ontwikkeld door de UvA en SURF, kan data worden gedeeld zonder dat het daarbij de gebruikte omgeving hoeft te verlaten. Zo blijft er bij het delen van data sprake van datasoevereniteit. 

Universiteiten moeten samen inkopen en reguleren 

Als derde mogelijke oplossing noemen de auteurs het gezamenlijk inkopen en reguleren van diensten. Naar hun zeggen werken Nederlandse universiteiten al samen bij het onderhandelen met grote academische uitgevers, maar mist die collectieve aanpak nog bij het aankopen van bijvoorbeeld research information services en software om plagiaat op te sporen. 

“We moeten beseffen dat er een opkomende markt is waarop derden diensten aanbieden die voldoen aan de groeiende vraag om informatie over en evaluatie van onderzoek. In een variëteit aan systemen en platforms wordt steeds meer data verzameld over alle aspecten van onderzoek”, schrijven de auteurs. “Nu vitale functies van het academische bedrijf steeds afhankelijker worden van zulke diensten, moet de academie zich beraden op de risico’s van het té afhankelijk worden van deze specifieke marktpartijen.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK