Nudging werkt voor studentbetrokkenheid

Nieuws | de redactie
3 augustus 2022 | Uit onderzoek van de VU blijkt dat nudging mogelijk een positief effect heeft op studentbetrokkenheid. De motivatie van de student speelt daarin een belangrijke rol.
Beeld: Nguyen Dang Hoang Nhu (Unsplash)

Onderzoekers van de Vrije Universiteit hebben geprobeerd de effecten van nudging te achterhalen bij een proctoring oefentoets statistiek voor eerstejaars. Nudges hadden een positief effect op alle studenten; veel meer studenten maakten de oefentoets dan het jaar ervoor. Echter, speciaal aangepaste nudging – voor studenten die slecht gemotiveerd waren of weinig vertrouwen hadden in hun bekwaamheid om de toets te maken – bleek geen verschil te maken. Daarnaast wees de studie uit dat motivatie voor een toets belangrijker is dan de bekwaamheid van de studenten. 

Positief effect 

De theorie van nudging houdt in dat de beslissingen die mensen maken niet alleen gebaseerd is op rationele beslissingen, maar ook beïnvloed wordt door hoe bepaalde keuzes gepresenteerd zijn. In het hoger onderwijs heeft nudging vaak de vorm van berichten met extra informatie en herinneringen op financieel gebied. Aangezien uit onderzoek blijkt dat de studentbetrokkenheid bij proctoring-toetsen zes keer lager is dan bij fysieke toetsen, kan nudging volgens de onderzoekers zeer zinvol zijn. 

In het onderzoek deden 579 eerstejaars studenten mee die een verplicht vak over statistiek volgden. Tegen het einde van de cursus konden de studenten ervoor kiezen om online een oefentoets te doen. De resultaten van de toets werden niet meegenomen in het eindcijfer, maar er kwamen wel drie vragen in voor die ook in het tentamen zouden verschijnen.  

Weinig digitale vaardigheden 

Volgens het Fogg Behaviour Model (FBM) werken nudges alleen wanneer iemand ook voldoende motivatie en bekwaamheid heeft om de taak te doen. Motivatie ging in dit onderzoek over hoe belangrijk, interessant en zinvol de studenten de oefentoets vonden. Voor bekwaamheid vroegen de onderzoekers naar hoe de studenten hun eigen digitale bekwaamheid inschatten. Voor de online proctoring moesten de studenten namelijk software installeren en een aantal stappen doorlopen. Dat vormt mogelijk een barrière voor studenten die over weinig digitale vaardigheden beschikken. 



De studenten werden over vier groepen verdeeld op basis van de resultaten van de vragenlijsten. Een groep bestond uit studenten met een hoge motivatie en een hoge bekwaamheid, twee andere groepen besloegen studenten met een lage motivatie maar een hoge bekwaamheid en vice versa, en in de laatste groep zaten studenten met een lage motivatie en een lage bekwaamheid. Iedere groep werd vervolgens onderverdeeld in een testgroep en een controlegroep. 

Informatieve nudging 

De studenten ontvingen meerdere e-mails met verschillende nudges. De controlegroepen kregen kale berichten zonder opmaak. De e-mails voor studenten met een lage bekwaamheid bevatten extra informatie en uitleg over de stappen om mee te doen aan de proctoring-toets. De berichten voor studenten met een lage motivatie benadrukken de toegevoegde waarde van de oefentoets en zelfs GIFs en cartoons om de studenten meer aan te spreken. Studenten die op beide gebieden laag scoorden kregen e-mails met informatie én motivatie en studenten die overal hoog scoorden werden slechts herinnerd aan de mogelijkheid om mee te doen. 

De resultaten suggereren dat nudging sowieso effect heeft. Zelfs in de controlegroep had 28,5 procent van de studenten de toets gemaakt, terwijl in het jaar ervoor slechts 8,7 procent de oefentoets maakte. Echter, er bleek geen significant verschil te zijn met de groepen die speciaal aangepaste berichten kregen. Dit is in strijd met eerder onderzoek, waaruit blijkt dat informatieve nudging vaak een positief effect hebben op financiële keuzes van studenten. ScienceGuide berichtte al eerder over een dergelijke studie. 

Eerdere prestaties 

De onderzoekers concluderen wel dat motivatie erg belangrijk was. De verschillen tussen de groepen met veel motivatie waren niet groot, wat suggereert dat de mate van digitale bekwaamheid niet veel uitmaakte. De studenten met een hoge motivatie maar een lage bekwaamheid maakten de toets zelfs vaker dan studenten die op beide gebieden hoog scoorden. 

Volgens de onderzoekers is het mogelijk dat niet de digitale bekwaamheid maar de inhoudelijke bekwaamheid (in dit geval in de statistiek) ertoe doet. Wanneer de studenten ingedeeld werden op basis van eerdere prestaties op het gebied van statistiek, bleken er wel significante verschillen te zijn tussen de groepen. Volgens de onderzoekers was dit mogelijk de reden dat ze geen significante verschillen met de controlegroep vonden. Echter, motivatie was nog steeds een sterkere factor. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK