“Over tien jaar noemen we open science gewoon science”

Interview | door Tim Cardol
12 februari 2018 | Karel Luyben is de eerste Nationaal Coördinator Open Science van Nederland. In een interview met ScienceGuide zet hij zijn visie uiteen: “Open science noemen we over tien jaar gewoon science. Dit gaat fundamenteel over hoe we onze wetenschap organiseren.”
Ingrid van Engelshoven en Karel Luyben

Karel Luyben zwaaide begin dit jaar af als Rector Magnificus van de TU Delft. Ook in die hoedanigheid hield hij zich al bezig met de bevordering van open science. Hij is onder meer bestuurslid bij het Dutch Techcentre for Life Sciences (DTL) van waaruit het GO FAIR initiative Het GO FAIR initiative is een mondiaal plan om data altijd findable, accessible, interoperable en re-usable te laten zijn. werd gestart.

“Als voorzitter van de Taskforce die het initiatief GO FAIR heeft gelanceerd, ben ik vorig jaar al gevraagd om mede actief te zijn in de implementatie van het Nationaal Plan Open Science. Uiteindelijk zochten ze iemand die als ‘boegbeeld’ wil gaan kijken wat er nationaal en internationaal moet gebeuren om Open Science in Nederland vorm te geven.” Precies een jaar na de lancering kent het Nationaal Plan Open Science nu dan in Luyben een officiële coördinator.

Open wetenschap voor iedereen

Volgens Luyben kent de Open Science ambitie twee voorname pijlers te weten het streven naar Open Access en Open Data – “Al spreek ik liever van Free Access en FAIR Data”. Het eerste doel is volgens Luyben slechts een kwestie van tijd. Momenteel is een nieuwe ronde van onderhandelingen gaande tussen de VSNU, de Vereniging Hogescholen en de uitgevers.

“We willen toe naar vrije toegang, dat iedereen gratis de resultaten van wetenschappelijk onderzoek kan lezen.” Luyben is daarvoor op zoek naar een model dat toereikend is en tegelijkertijd ook eerlijk. “Het zou kunnen via de bestaande uitgevers, maar niet als er zo veel geld bij hen aan de strijkstok blijft hangen. Let wel, ik heb er niets op tegen dat uitgevers winst maken, maar winstpercentages tussen de veertig en zeventig procent, voornamelijk betaald met publiek geld, dat is niet te verdedigen.”

De strijd die de Duitse onderzoeksorganisaties nu strijden volgt Luyben daarom met interesse. “Er zijn inmiddels tweehonderd instellingen die Elsevier de rug toekeren en er zijn in totaal zelfs zeshonderd partijen die dat overwegen te gaan doen als hun contract afloopt. We zijn op dit punt al zo ver op weg, dat gaat heus wel gebeuren.”

“Ook een ‘no-deal’ is mogelijk”

Het tweede punt is een stuk lastiger. Het vrij delen van data kent volgens Luyben veel meer hobbels. “Data definieer ik heel breed. Dat zijn niet alleen maar eentjes en nullen. Dat kunnen ook teksten, verhalen, foto’s, videobeelden, et cetera zijn. Dat maakt het heel erg moeilijk om dat goed te organiseren.”

Luyben denkt dat je er niet aan ontkomt om het opslaan en delen van data op internationaal niveau te organiseren. “Het gaat er om dat er wereldwijde standaarden ontstaan, dat data dus interoperable is. Je moet het zien als het internet, dat is ook ooit is bedacht om als wetenschappers met elkaar te communiceren. Wat we nu willen is eigenlijk het internet van data.”

Omgaan met verscheidenheid

Omdat de wetenschap een nogal grote variëteit aan onderwerpen kent, is het volgens Luyben wenselijk om onderscheid te maken tussen disciplines. “De vier domeinen die ook NWO onderscheidt, dat zou voor Nederland al een hele aardige indeling kunnen zijn. Met het Dutch Techcentre for Life Sciences hebben we al een nationaal platform waar het werken aan FAIR-data wordt gecoördineerd. Het streven moet zijn dat dit er ook voor de andere domeinen komt.”

Een van de obstakels op de weg daarnaartoe is de grote hoeveelheid extra werk dat data delen met zich meebrengt. “Het hele idee dat je naast je onderzoek ook je dataset publiceert in een databank met een Een Document Object Identifier is een manier waarop artikelen een enkele identificatiecode krijgt. Het is een soort kenteken voor artikelen. waar ook de metadata bij zit. Daar zit een hoop extra werk aan vast.”

Dat kun je niet simpelweg de onderzoekers zelf laten doen, als je wilt dat dit slaagt, vindt Luyben. “We zijn al bezig met het opleiden van data stewards, die de wetenschap op dit punt kunnen ondersteunen, maar dat is niet het enige. We zullen ook kritisch moeten kijken naar het beloningssysteem in de wetenschap. De nadruk ligt nog te veel op output, in de zin van publicaties. Als we willen dat er iets verandert, moeten we toe naar een eerlijker beoordeling van wetenschappers.”

Overigens constateert Luyben dat er op veel plekken allang aan data delen en hergebruiken wordt gedaan. “In het veld waar ik in actief was (bioprocestechnologie, red.) is het een hele normale zaak dat je eerst de laatste experimenten die voor jouw werk gedaan zijn herhaalt. Je bouwt voort op het werk van anderen. Ik kan me voorstellen dat dit in andere disciplines weer anders gaat, maar ik weet dat dit in de astronomie en bij een instituut als CERN heel gebruikelijk is. Daar is al heel lang bekend dat je heel zorgvuldig met je data moet omgaan.”

Team Science zorgt voor doorbraak zwaartekrachtsgolven

Het is nu aan Luyben de taak om te kijken hoe het huidige veld erbij ligt en wat er moet gebeuren om in Nederland en daarbuiten tot Open Science te komen. “Er zijn al heel veel initiatieven en repositories in Nederland. Denk aan DANS, SURFsara, het eScience Center. Het zijn allemaal op zichzelf staande initiatieven en het is nu zaak dat we dat inpassen in een groter geheel. Het is een mooi gedachtenexperiment om te bedenken hoe het landschap er uit had gezien als we alles in gezamenlijkheid hadden kunnen laten ontstaan.”

Wat betreft de initiatieven die er al zijn, mag Nederland zich volgens Luyben op de borst kloppen. “We zijn een klein landje, maar ik denk dat we het heel goed doen. Het is mooi dat we ook Europees impact hebben. Daarom is het goed dat ook Frankrijk en Duitsland zich zo hebben gecommitteerd aan het GO-FAIR initiatief. Ook Brussel heeft al laten weten dat het goed zou zijn als ieder land straks een Nationaal Coördinator Open Science heeft. Laat dit dan een eerste stap daarnaartoe zijn.”

Luyben is positief gestemd over de weg naar Open Science, al realiseert hij zich dat een proces van de lange adem is. “Ik denk dat het zeker tien jaar gaat kosten om de gemiddelde wetenschapper van het belang te doordringen. We zorgen er in het wetenschappelijk onderwijs voor dat studenten leren hoe zij met hun onderzoek terecht kunnen bij de juiste journals. De rest van het proces krijgen ze mee van hun peers. Ik hoop dat het voor het delen van data op een gegeven moment ook zo gaat.”

 

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK