Specialisten opleiden kan ook zonder splitsing pabo

Interview | de redactie
7 juli 2021 | De pabo hoeft niet te worden gesplitst om specialistische leerkrachten voor het jonge en het oudere kind op te leiden, blijkt uit een pilot bij NHL Stenden. “Het is niet zo dat afstuderende leerkrachten alleen inzetbaar zijn voor het onderwijs aan ofwel het jonge ofwel het oudere kind", vertellen Ineke Oenema-Mostert en Lidewij van Katwijk. “De kennisbasis voor die groepen is hetzelfde.”
Beeld: Friso Bruins (links) en NHL Stenden (rechts).

In het afgelopen jaar heeft de pabo van NHL Stenden een pilot gedraaid die studenten de mogelijkheid geeft zich te specialiseren in kinderen tussen de twee en acht jaar oud. Waar deze pilot ‘jonge kind’ zal worden verlengd, gaat in september ook een pilot ‘oudere kind’ van start. Ineke Oenema-Mostert en Lidewij van Katwijk, verantwoordelijk voor respectievelijk de specialisatie ‘jonge kind’ en ‘oudere kind’, vertellen over de ervaringen bij NHL Stenden.  

Specialisatie begint in tweede studiejaar 

Wie zich bij de pabo van NHL Stenden specialiseert in het jonge of het oudere kind, is daar tweeënhalf van de laatste drie studiejaren mee bezig, vertelt Ineke Oenema Mostert. “De hoofdfase van ons curriculum heeft vier leergebieden van elk dertig studiepunten waarin alle vakken geïntegreerd zijn. Wanneer studenten kiezen voor de specialisatie ‘jonge kind’, moeten ze tenminste drie van de vier leergebieden met een specifieke gerichtheid op het jonge kind doorlopen. Daarnaast volgen ze een specialistische minor van dertig studiepunten en doen ze een eindstage die gericht is op het jonge kind.” 

Waar de specialisatie ‘oudere kind’ eenzelfde concentratie van de aandacht zal behelzen, houden studenten ook de mogelijkheid om zich als generalist te laten opleiden. Instromers bij de pabo van NHL Stenden hoeven in het eerste studiejaar echter nog geen keuze te maken. “De specialisatie begint in het tweede jaar van de pabo”, vertelt Oenema-Mostert. “Dat is een bewuste keuze; we vinden dat studenten eerst moeten landen in het beroep.” 

Ook de afwegingen voor een splitsing van de pabo die men enige tijd geleden in de Tweede Kamer uitte, zoals het aantrekkelijker maken van de pabo voor mannen en mbo’ers, spelen mee. “Als je studenten vanaf het begin van hun studie onderdompelt in de specialisatie voor het jonge kind, loop je het risico mannelijke studenten af te schrikken die denken dat het alleen om niet luisterende kinderen gaat”, legt Oenema-Mostert uit. “Bij onze locatie in Emmen, waar deze pilots draaien, stromen júist veel mannelijke studenten in omdat techniek daar een vrij grote rol speelt.” 

Curriculum moet zich op zowel jonge als oudere kind richten 

Een andere reden om de specialisatie pas vanaf het tweede studiejaar te laten beginnen is het streven om toekomstige leerkrachten breed op te leiden, vertelt Lidewij van Katwijk. “We vinden het belangrijk dat studenten die kiezen voor de specialisatie ‘oudere kind’ ook kennis meekrijgen over het jonge kind. Tegelijkertijd moeten specialisten ‘jonge kind’ goed doordrongen zijn van hetgeen hun leerlingen te wachten staat wanneer ze tot de oudere kinderen gaan behoren. Als ze later samenwerken in een school, moeten ze ook kennis hebben van elkaars specialisatie.” 

Meld u hier aan de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

De pilot met de specialisatie ‘jonge kind’ heeft zelfs al duidelijk gemaakt dat het curriculum van de pabo zich niet geheel op het jonge of het oudere kind moet richten, maar in enige mate op beide, voegt Oenema-Mostert toe. Daarmee wordt meteen de vrees weggenomen dat leerkrachten straks minder breed inzetbaar zijn. 

“Het is niet zo dat afstuderende leerkrachten alleen inzetbaar zijn voor het onderwijs aan ofwel het jonge ofwel het oudere kind”, legt Oenema-Mostert uit. “De kennisbasis voor die groepen is hetzelfde. Wanneer studenten een opdracht doen die gericht is op het jonge kind, moeten ze zich ook verdiepen in de betekenis daarvan voor het oudere kind. Als een specialist ‘jonge kind’ dan op een gegeven moment gaat lesgeven aan groep zes, is er misschien nog wat aanvullende professionalisering nodig, maar dat is aan het werkveld.”  

Specialisatie is logische pedagogisch-didactische keuze 

Eerder bestond al wel de mogelijkheid om een minor van vijftien studiepunten te volgen die zich richtte op het jonge kind. Het vergroten van de specialisatie tot een omvang van honderdvijftig studiepunten was echter niet ingewikkeld, vertelt Oenema-Mostert. “Je groeit naar zoiets toe, en eigenlijk hebben we er altijd al op aangedrongen. Veel onderzoek lijkt aan te geven dat jongere kinderen gebaat zijn bij dezelfde aanpak als oudere kinderen. We weten echter dat jongere kinderen vanuit een andere didactische en pedagogische houding onderwezen moeten worden. Kinderen die jonger zijn dan zeven of acht jaar leren namelijk gewoonweg op een andere manier.”  

“”Het aanbieden van specialistische routes aan pabostudenten is een logische pedagogisch-didactische keuze.””

De leeftijdsgrenzen van het basisonderwijs zijn dus niet dezelfde als de grenzen van de verschillende onwikkelingsfasen van leerlingen. “We hebben in 1985 het primair onderwijs gekregen met alle goede bedoelingen van dien, maar waardoor wel een knip is gemaakt tussen de leeftijdscategorieën nul tot vier, vier tot zes en zes tot twaalf”, vertelt Oenema-Mostert. “Na vijfentwintig jaar aan neurobiologisch onderzoek weten we echter beter hoe het brein zich ontwikkelt, vooral wat die vroege fase betreft.” 

Onderzoek laat zien dat een kind er de hele onderwijsloopbaan last van kan hebben wanneer het in die vroege fase niet wordt afgestemd op de leerlijn van het kind, vervolgt ze. “Daarnaast vergeten we nu toch nog vaak dat een kind dat in groep één komt al een historie heeft wat betreft ontwikkelen en leren. Hetzelfde geldt voor het oudere kind; de transitie van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs vraagt om een andere differentiatie van het basisonderwijs dan de huidige. Het aanbieden van specialistische routes aan pabostudenten is dus een logische pedagogisch-didactische keuze.” 

Samenwerking met tweedegraads lerarenopleidingen 

Waar de specialisatie ‘jonge kind’ zich richt op kinderen van twee tot acht jaar, gaat de specialisatie ‘oudere kind’ zich richten op acht- tot veertienjarigen, vertelt Lidewij van Katwijk. Daarbij zullen de studenten zich niet alleen bezighouden met het basisonderwijs. “Op dit moment zijn de scholen voor kinderen van tien tot veertien jaar in opkomst; dat is niet voor niets. Er zijn namelijk veel kinderen die aan het einde van de basisschool nog niet helemaal klaar zijn voor de middelbare school.”  

Die overgang is in de specialisatie ‘oudere kind’ dan ook van groot belang. “Studenten die worden opgeleid tot tweedegraads leerkrachten moeten eigenlijk ook op de hoogte zijn van hetgeen op de pabo gebeurt”, legt Van Katwijk uit. “Daarom zullen we in de specialisatie ‘oudere kind’ soms samenwerken met de tweedegraads lerarenopleiding en zullen onze studenten ook stage doen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.” 

Voor studenten die in hun studiekeuze twijfelden tussen een tweedegraads lerarenopleiding of de pabo kan dit een mooie middenweg zijn, denkt Van Katwijk; ontwikkelingspsychologisch gezien betreft het immers dezelfde groep oudere kinderen.  

Waken voor breuk met scholen 

Uit de voorlopige resultaten van de pilots bij NHL Stenden lijken er weinig bezwaren tegen een differentiatie binnen de pabo te zijn. De verschillende specialisaties brengen echter wel eigen uitdagingen met zich mee, weet Oenema-Mostert. Zo is het een uitdaging om specialistisch opgeleide leerkrachten toch een generalistische kennisbasis mee te geven, terwijl in de specialisatie ‘jonge kind’ ook de overgang van het voorschoolse naar groep 1 goed moet worden vormgegeven. “Ik krijg op dit moment nog gefronste wenkbrauwen wanneer ik zeg dat onze studenten ook stage moeten lopen bij de voorschoolse opvang, maar vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt is dat juist voor de hand liggend.” 

Waar de specialisaties studenten de mogelijkheid bieden om te doen of te ontdekken wat ze interessant vinden, is het tegelijkertijd erg belangrijk om gezamenlijk met het werkveld op te trekken, benadrukt Oenema-Mostert. “Er moet immers geen breuk ontstaan tussen de visie van onze opleiding en hetgeen op scholen gebeurt. Hoewel een heel aantal scholen geaccrediteerd zijn om samen op te leiden in de specialisatie ‘jonge kind’, schuurt dat soms nog. Daarom proberen we onze studenten zodanig op te leiden dat ze in staat zijn om binnen scholen, die vaak bepaalde methodes gebruiken, op nieuwe manieren naar dezelfde doelen toe te werken.” 

Geen sprake van gesplitste pabo 

De vraag of de pabo van NHL Stenden na september, als beide specialisaties in het curriculum zijn opgenomen, een gesplitste pabo is, wordt door beide coördinatoren stellig beantwoord. “Nee. Je kunt specialismen voor het jonge en het oudere kind aanbieden zónder een gesplitste pabo te hebben.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK